Arktos: Het kan wél!

  • 21 september 2017

Stad Leuven doet vaak beroep op de diensten van Arktos vzw. Ook andere steden en gemeenten volgen dat voorbeeld, net als de Vlaamse overheid zelf trouwens. Maar waar staat die kruispuntorganisatie juist voor? Geen gemakkelijke opgave zo blijkt. Dus legden we die vraag voor aan algemeen directeur Erik Vanwoensel en Limburgs directeur Gert Bortels.

Arktos vzw beschikt over vestigingen in bijna alle Vlaamse provincies. Je kan gerust spreken van een ruime dekking. Waar start dit succesverhaal?
Erik Vanwoensel: “Dan moeten we terug naar het jaar 1964. De voorloper van Arktos, het Nationaal Instituut voor Sociale Promotie van jonge werknemers (NISP), ontstond in de schoot van de Christelijke Arbeidersbeweging, de KAJ. De klemtoon lag – hoe kan het ook anders – op de sociale promotie van jonge werknemers. De werking groeide en de naam veranderde naar Nationaal Centrum voor de Algemene Vorming van jonge werknemers (NCAV). De grondslag voor de verspreiding over grote delen van Vlaanderen lag in 1984 toen we het Experiment Deeltijds Onderwijs startten. In Oost-Vlaanderen gebeurde dat door het Centrum voor Levensvorming in Gent. Dat verklaart waarom we daar geen gebiedsdekking kennen.”

Is Arktos nog altijd verbonden met de KAJ?
Vanwoensel: “Neen. Een tweede historisch moment binnen onze organisatie was 1994. Toen lieten we de KAJ los en doopten we ons om tot Arktos. We profileren ons sindsdien als een Vlaams expertisecentrum voor kinderen en jongeren.”

En de naam?
Gert Bortels: “Arktos is oud Grieks voor beer of het sterrenbeeld Grote Beer. We helpen kinderen en jongeren om hun eigen noorden te vinden.”

Dat past perfect bij een organisatie die zichzelf een expertisecentrum noemt om te werken met sociaal kwetsbare jongeren van 6 tot 25 jaar. Hoe gaan jullie daarbij te werk?
Vanwoensel: “We zijn op meerdere terreinen actief. Zo hebben we ankerpunten in onderwijs, vrije tijd, welzijn, arbeid en woonomgeving. Maar we bekijken jongeren niet vanuit één invalshoek. Het totaalpakket telt. Je kan ons beschouwen als een kruispuntorganisatie. We kennen heel veel gezichten en werken voor diverse opdrachtgevers. We reiken zowel instrumenten als ondersteuning aan. In de praktijk zie je echter dat hybride projecten waarbij we zowel tools als ondersteuning aanbieden het meeste kans op slagen maken.”

Kan je dat wat concreter maken?
Vanwoensel: “Met jongeren starten we vormings- of begeleidingstrajecten op om hen bv. weerbaarder te maken. Maar je maakt meer kans op duurzaam slagen als je hun ouders, sociale werkers of leerkrachten meekrijgt in het constructieve verhaal en hen de nodige ondersteuning biedt. Het is telkens opnieuw maatwerk. Nog een voorbeeld. Arktos ontwikkelde recent BOUNCE, een trainingsprogramma  om gewelddadige radicalisering in een vroeg stadium te voorkomen. Daarbij praten we niet alleen met de jongeren, maar gaan we ook in dialoog met hun omgeving. Zo slaan we twee vliegen in één klap: we verhogen de veerkracht van de jongeren tegen radicale invloeden en tegelijk maken we hun sociale omgeving bewust van de problematiek.”

Foto Bortels en VanwoenselDaarnet haalde je al aan dat Arktos met heel diverse partners samenwerkt. Wie zijn dat hoofdzakelijk?
Vanwoensel: “We hebben verschillende korte termijntrajecten lopen voor lokale besturen. Eenmaal op gang, kunnen die meestal zelf aan de slag met de tools die we hen aanreikten. Wanneer we eerder structureel moeten ingrijpen, neemt dat meer tijd in beslag. De middellange en lange termijnprojecten nemen we op voor OCMW’s en andere lokale besturen, scholen, de onderwijskoepels, het Vlaamse Departement Onderwijs, VDAB, de Europese Commissie (ESF), de federale overheid, CAW’s, jeugdbewegingen, ... Een heel uitgebreid pallet aan opdrachtgevers.”

Zie je onderlinge verschillen?
Vanwoensel: “We betrekken altijd zoveel mogelijk partners als we een project of proces ondersteunen. We zijn bruggenbouwers. Op Vlaams niveau merken we wel dat er nog veel werk is om de thematische verkokering te doorbreken. Op stadsniveau kan je dat gemakkelijker realiseren.

Hoe komen de jongeren bij jullie terecht?
Vanwoensel: “Soms komen ze uit eigen beweging tot bij ons, soms ook niet. Meestal worden ze doorverwezen door een school, het CLB, jeugddiensten, de VDAB, andere voorzieningen …”

En als die jongere dan bij jullie toekomt, wat dan?
Vanwoensel: “We starten met een intakegesprek. Dat komt letterlijk neer op een instap-moment. We droppen de jongere ergens ver weg samen met een wandelbuddy. En zo raken ze aan de praat, terwijl ze naast elkaar lopen zonder direct oogcontact, zweten en afzien. Nadien zitten we rond de tafel met hen om het traject uit te schrijven. Opnieuw maatwerk dus. Eenmaal gestart, sturen we tussentijds verder bij als dat nodig is.”

Wie stellen jullie te werk?
Bortels: “We kijken niet naar diploma’s. Hier werken zowel mensen met een masterdiploma als maatschappelijke werkers, lassers, …Maar hoewel we heel projectmatig werken, proberen we toch iedereen een contract van onbepaalde duur te geven. Dat verplicht ons om de lat hoog te blijven leggen. We tellen in totaal 117 medewerkers, verspreid over de vijf regio’s Daarnaast kunnen we nog beroep doen op een gelijkaardig equivalent aan vrijwilligers. Sommige mensen stromen ook door uit de doelgroep. Onze rijkdom is onze diversiteit.”

Steekt daar de kracht van de organisatie?
Bortels: “Onder meer. Ook het samenwerken met andere organisaties of instellingen is onze kracht. We verbinden. Ik grijp terug naar het radicaliseringsvoorbeeld. We leveren een constructieve bijdrage ten aanzien van de lokale actieplannen en dit in samenwerking met diverse lokale spelers.

Een sterkte, maar tegelijk ook een achillespees?
Vanwoensel: “Gedeeltelijk wel. We stellen ons ook de vraag hoe ver we kunnen gaan met het samenwerken zonder aan eigen identiteit in te boeten. Door de vele partnerschappen en de veelheid van wat we doen, heeft niet iedereen door wat we zoal voor hen kunnen betekenen. Maar de boodschap naar onze opdrachtgevers blijft onverkort om meer samen te werken met elkaar en sterke partnerschappen te sluiten over de maatschappelijke pijlers heen. Zo kan je als stad pas echt een meerwaarde betekenen voor je burgers.”

Welk bereik heeft Arktos vzw?
Bortels: “In 2016 begeleidden we in totaal 7.500 kinderen en jongeren en 265 deelnemers aan onze ondersteuningsprojecten.”

Niet min. Waar leggen jullie de klemtoon de komende jaren?
Vanwoensel: “We willen vervellen tot een expliciete netwerkorganisatie, die een buddy kan zijn voor elke kwalitatieve partner. Daarnaast willen we fysiek nog dichter staan bij de doelgroep door nieuwe locaties te openen (bv. in Aarschot) zodat de jongeren minder grote afstanden moeten afleggen om tot bij ons te geraken.”

Meer info: https://arktos.be