Multiproductief netwerk Kolenspoor (Oproep 2014)

Kolenspoor Conceptsubsidie

Uitdagingen

Het Kolenspoor heeft een potentiële rol als drager voor samenhang in bedrijvigheid en stedelijke ontwikkeling. Het komt naar voor als experimenteerruimte voor de ontwikkeling van (circulaire) toekomstscenario’s en kleinschalige ruimtelijke interventies. Het Kolenspoor verbindt vandaag enclaves van bedrijfslocaties (van Genk Zuid Ford-site tot Waterschei Thor site). Economische en stedelijke ontwikkeling gaan hand in hand. De kiemen voor een dynamisch stedelijk netwerk liggen in een stimulerend ondernemingsklimaat en omgekeerd. De ontwikkeling van een cluster van bedrijvigheid langs het Kolenspoor ondersteunt zo de stedelijke identiteit als multi-productief stedelijk netwerk en kan sectoriële kruisbestuiving, synergiën en samenwerking tussen de verschillende bedrijven of bedrijfslocaties faciliteren. 

Het Kolenspoor kan:

· een ontbrekende schakel zijn in het fietsnetwerk;

· drager van een energienet of kringloopmachine;

· spektakeldrager;

·  een rol spelen op het vlak van mobiliteit. 

De Vlaamse overheid kende een conceptsubsidie toe om de werkelijke kansen en betekenis van het Kolenspoor voor Genk scherp te stellen.

Conclusies en resultaten

Het eerste traject, Landschapsbelevingspark, wordt gekenmerkt door het ingetogen karakter van het gebied en de sterke verwevenheid met de natuuromgeving. Het spoor als fietsinfrastructuur werkt vooral recreatief, maar kan een drager zijn voor het creëren van een lokale fietscultuur, niet alleen door fysieke maatregelen maar ook door te  leren fietsen, fietsen repareren, enzovoort. De poorten naar de drie belangrijkste natuurterreinen liggen allemaal binnen het Kolenspoor. Hier suggereert het studiebureau om meer activiteiten aan te koppelen, zoals foodstations.

Het tweede traject, Productielus, bouwt voort op het bestaande verkeersplan en het idee van het Kolenspoor als een meer verweven infrastructuur. Experimenteren met nieuwe vormen van goederen- en personenvervoer kan tussen Genk-Noord en Thor. 

Het laatste traject is de Kringloopmachine. Deze gaat op zoek naar mogelijkheden om het Kolenspoor in te zetten voor circulaire systemen. Een warmtenetwerk kan bijvoorbeeld groeien uit kleine warmtecollectieven, die aantakken op de grotere stromen van restwarmte en geothermie.

Op basis van deze drie trajecten worden drie types van werkstations uitgebouwd. Werkstations zijn productieve plaatsen waar kleine en grote initiatieven samenvloeien tot een nieuw project dat enkel kan bestaan door de som van de verschillende delen. De werkstations zitten zo in elkaar dat ze kunnen beginnen als klein initiatief, enkele partijen die op een stukje grond iets gaan doen. Na verloop van tijd vormen zij steeds meer een cruciale schakel in de relatie tussen Kolenspoor en stad,

en tegelijkertijd een poort tussen stad en buitengebied. De werkstations draaien rond drie thema’s: voedsel en stedelijke voedselproductie, materiaalgebruik en circulaire economie en, ten derde, energie en innovatie.

Korte beschrijving

Het Kolenspoor, dat grotendeels als tracé nog aanwezig is, met de oude mijnsites die er langs liggen, kan fungeren als structurele drager voor stedelijke ontwikkeling.  Toen er in Genk mijnen waren, vervoerde het Kolenspoor niet alleen maar kolen, maar ook de arbeiders die van de tuinwijken naar de mijn pendelden. Met de sluiting van de mijnen verdween ook het Kolenspoor. De oude mijngebieden worden nu, één voor één, getransformeerd. Opnieuw ontstaat er, langs het spoor, een reeks bestemmingen, die niet in verbinding staan met elkaar. De opwaardering van het Kolenspoor voor goederen en personen kan een belangrijke impuls geven aan stedelijke ontwikkeling langs het tracé. 

Proces

Op basis van zes hypotheses en “toetsingslabo’s” met lokale actoren heeft het team drie trajecten geformuleerd die ieder een eigen rol van het Kolenspoor in de stad belichten. 

In de eerste reeks labo’s rond het Kolenspoor toetsen ze volgende hypotheses:

1. het Kolenspoor als verbindingsfiguur;

2. het Kolenspoor als drager van nieuwe energetische systemen;

3. het Kolenspoor als verbinding van identiteiten;

4. het Kolenspoor als aanjager voor een fietscultuur;

5. het Kolenspoor als promotor van bedrijvigheid;

6. het Kolenspoor als promotor van kleine lokale initiatieven.

Dit leidt tot drie integrale scenario’s met het Kolenspoor als spoor in de traditionele zin van het woord, bestaande uit thematische trajecten en werkstations.

De thematische trajecten faciliteren de beweging over het spoor in de breedste zin van het woord: zowel goederen en mensen, als flora, fauna en energie.

Bij de werkstations krijgen allerlei initiatieven een plek en vindt uitwisseling met de stad Genk plaats. Het werken met thematische trajecten en werkstations maakt het mogelijk een diversiteit aan initiatieven in te bedden rond het Kolenspoor.

 

Opties voor het vervolgtraject zijn onder andere een vervolgopdracht die de conceptstudie vertaalt naar een compacte, verstaanbare brochure, om de participatie van alle partners die al in een vroeger stadium betrokken waren, levendig te houden. De gevormde coalities moeten bestendigd worden. Ook een mix van doorlopende activiteiten en ad hoc tijdelijke initiatieven moet hiertoe bijdragen. De branding van het Kolenspoor als label of symbool moet het Kolenspoor terug op de mentale kaart van de Genkenaars brengen. Om de belevingswaarde op en rond het Kolenspoor meer in de verf te zetten, moet het Kolenspoor ook zichtbaar worden als “fietspad van de toekomst”. 

Samenstelling multidisciplinair team

TV PlusOffice Architects – DELVA in samenwerking met Social Spaces (Universiteit Hasselt)

Partners/Stakeholders

De conceptstudie bekijkt het Kolenspoor als onderdeel binnen de rasterstad Genk, maar het Kolenspoor houdt niet op aan de gemeentegrenzen, vandaar het belang van intergemeentelijke afstemming en samenwerking met naburige gemeenten als As, Heusden-Zolder, Houthalen-Helchteren,…  Het Kolenspoor was ook een traject in het kader van de Internationale Architectuurbiënnale  (IABR) en onderdeel van het Territoriale Ontwikkelingsplan (T.OP) Limburg van het Departement Omgeving (ex-Ruimte Vlaanderen). 

Doorheen het proces zijn tal van partners betrokken: lokale ondernemers, vzw’s, particulieren, bewoners, OVAM, Plan C, NMBS, grotere economische spelers als Essers en IKEA, Toerisme Limburg, vzw Kolenspoor, VLM, La Biomista, EnergyVille, VITO, Netwerk Duurzame Mobiliteit, voetbalclub KRC Genk, kleinschalige groeinitiatieven, socio-culturele organisaties,…