Het Regeerakkoord over het stedenbeleid en steden

25/07/2014

Vandaag legt de nieuwe Vlaamse Regering de eed af met Liesbeth Homans als Vlaams minister bevoegd voor het stedenbeleid. Ook deze nieuwe regering wil de stadsvlucht tegengaan en de steden aantrekkelijk maken. Wel kondigt zich een hertekening aan van de financiële instrumenten van het Vlaamse stedenbeleid. Hierbij een overzicht.

Vlaams regeerakkoord 2014-2019Leefbare steden

De nieuwe Vlaamse Regering wil een stedenbeleid dat de stadsvlucht tegengaat als onderdeel van het ruimtelijk ontwikkelingsbeleid. Essentieel daarbij is het behoud en het vergroten van de leefbaarheid van de woonomgeving en het creëren van een sterkte economische basis. Vlaanderen werkt stimulansen uit voor een slimme mobiliteit, de economie, de verweving van het stedelijk weefsel met groene en blauwe aders, de realisatie van (rand)stedelijk groen, voldoende aanbod van voorzieningen, onder meer onderwijs, gezondheidszorg, kinderopvang. Stadsrandbossen, die op een gedragen en verantwoorde manier tot stand komen, moeten een antwoord bieden op de vraag naar meer toegankelijk en recreatief groen.

Instrumenten van het stedenbeleid

  • Het stedenfonds wordt afgeschaft en toegevoegd aan de bijzondere financiering voor de centrumsteden van het huidige Gemeentefonds.
  • De middelen van het federale grootstedenbeleid, de stadsvernieuwingsprojecten en het plattelandsfonds worden samengevoegd in een investeringsfonds ter ondersteuning van de lokale investeringen, met respect voor de huidige focus en verhoudingen. De grootste steden kunnen desgewenst een trekkingsrecht krijgen op Vlaamse investeringssubsidies, waarbij ze hun aandeel autonoom kunnen besteden en beheren (onderwijs, rioleringen...).
  • Het verzamelen van lokale beleidsinformatie gebeurt in functie van het benchmarken van gemeenten, naar het voorbeeld van de stadsmonitor.

Bestuurskracht en meer autonomie voor lokale besturen.

  • Gemeenten die willen fuseren, worden daartoe gestimuleerd met een financiële bonus. De grootste, maar ook middelgrote, steden en gemeenten krijgen grotere autonomie en extra bevoegdheden tot, wat betreft de grootste steden (+100.000 inwoners), zelfs de mogelijkheid om af te wijken van Vlaamse regelgeving, als dat gemotiveerd kan worden vanuit efficiëntie-oogpunt of de grootstedelijke context.
  • We integreren de sectorale subsidies aan lokale besturen w(cultuurbeleid, jeugd, sport, ontwikkelingssamenwerking...) worden in het gemeentefonds geïntegreerd.
  • De steden en gemeenten krijgen ook meer autonomie op vlak van hun interne organisatie.
  • De regering zet ook door inzake vereenvoudiging. Gemeentebesturen en OCMW’s worden geïntegreerd. Voor de centrumsteden is dat vrijwillig.
  • De nieuwe verhoudingen tussen Vlaamse overheid en lokale besturen, worden verankerd in een nieuw decreet “lokaal bestuur”, dat de bestaande decreten (Gemeentedecreet, OCMW-decreet en decreet Intergemeentelijke Samenwerking) vervangt en leidt tot en drastische inperking en vereenvoudiging van de bestuurlijke regels en meer gemeentelijke democratie.
  • Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de grootste steden (+ 100.000 inwoners), de middelgrote gemeenten (+ 25.000 inwoners) en de andere gemeenten. De grootste steden krijgen de mogelijkheid om af te wijken van Vlaamse regelgeving, als dat gemotiveerd kan worden vanuit efficiëntie-oogpunt of de grootstedelijke context, en voor zover in overeenstemming met geldende Europese richtlijnen en verordeningen.
  • De provincies oefenen niet langer bovenlokale taken uit en nemen geen gebiedsgerichte initiatieven meer in de steden met meer dan 200.000 inwoners De provincies zullen de opbrengsten die hun eigen belastingen genereren in steden met meer dan 200.000 inwoners,  doorstorten aan die steden.
  • De dynamiek van regiovorming wordt versterkt. Het doel is om het aantal intermediaire niveaus drastisch te verminderen en te komen tot zoveel mogelijk samenvallende samenwerkingsverbanden.
  • Bestaande samenwerkingsverbanden tussen gemeenten worden zoveel mogelijk samengevoegd en afgestemd op regionale schaal.
  • De Vlaamse Regering zal een kaderdecreet opmaken om alle regelingen waarmee de Vlaamse overheid bovengemeentelijke verbanden oplegt, erkent of ondersteunt, maximaal op elkaar af te stemmen.
  • Vlaanderen initieert slechts nieuwe samenwerkingsverbanden, indien uit een grondige motiveringsnota blijkt dat de beoogde beleidsdoelstellingen niet binnen een bestaand samenwerkingsverband gerealiseerd kunnen worden.
  • De Vlaamse Regering zal in overleg met de gemeenten, het decreet op de intergemeentelijke samenwerking evalueren en aanpassen. Daarbij krijgen de gemeenten onder meer de mogelijkheid om, met respect voor de Europese regelgeving ter zake, met een private partner in intergemeentelijk verband samen te werken in de sectoren afval en energiedistributie (inzake energie met uitzondering van producenten en leveranciers). De in het huidige decreet opgenomen beperkingen op de doelstellingen zullen versoepeld worden. De provincies treden terug uit de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden.

Werk

Via het activerings- en competentiebeleid wil de Vlaamse Regering de arbeidsmarktpositie van allochtone werkzoekenden verbeteren. Er komt meer aandacht voor een geïntegreerd taalbeleid, competentieversterkende acties en specifieke toeleidings- en werkervaringstrajecten voor laaggeschoolde jongeren, met een bijzondere focus voor de stedelijke problematiek. De discriminatie op de arbeidsmarkt wordt bestreden, preventief zowel als curatief.

Mobiliteit

  • Er wordt meer geïnvesteerd in een fietsinfrastructuur.
  • De aantrekkelijkheid van het openbaar vervoer moet verbeterd worden. Prioriteit gaat naar het vraaggestuurd versterken van het bestaande netwerk door de uitbouw van het stedelijk, voorstedelijk en kustnetwerk tot een samenhangend openbaarvervoerssysteem waar de belangrijke vervoersassen tussen kleinere steden en gemeenten op aansluiten.
  • De Lijn wil een  betere doorstroming voor het openbaar vervoer realiseren in overleg met de betrokken lokale besturen. De prioriteit gaat naar dichte vervoersassen (tramlijnen, hoogfrequente lijnen) in de grootsteden en centrumsteden die we met een actieplan as per as aanpakken d.m.v. beproefde maatregelen zoals verkeerslichtenbeïnvloeding en vrije beddingen. Dat wordt gerealiseerd op basis van een samenwerkingsengagement tussen De Lijn, Agentschap Wegen en Verkeer en de lokale besturen.
  • Binnen een globaal Vlaams kader voor stedelijke distributie zoekt de Vlaamse overheid, in samenwerking met de lokale overheden en de bedrijfswereld, naar duurzame en economisch rendabele oplossingen voor de levering van goederen binnen stedelijke omgevingen
  • Voor de Antwerpse Ring onderzoekt de regering de mogelijkheden om de barrièrewerking van de Ring op te heffen met overkappingen die de Ring ruimtelijk beter integreren en positieve effecten hebben voor de volksgezondheid. Voor en tijdens de werken zorgen de Vlaamse overheid, samen met de stad en de randgemeenten, voor een projectoverschrijdend impactmanagement en voorzien we de nodige tussentijdse maatregelen in het kader van betere mobiliteit en Minder Hinder maatregelen in het kader van de werven. Met de NMBS wordt overlegd om het spoornet sterker te integreren in het Masterplan 2020. De Vlaamse Regering sluit met de NMBS een convenant af voor een versterkte exploitatie van het voorstadsnet rondom Antwerpen tijdens de werken aan het Masterplan 2020. Dat convenant vormt de aanzet van een A-GEN.

Jeugd

Het stedelijk jeugdwerk verdient bijzondere aanpak en aandacht. Het jeugdbeleid houdt rekening met kansengroepen en met de toenemende superdiversiteit. De Vlaamse Regering stimuleert hier een aanpak van onder uit.

Groene stad

  • Vlaanderen wil ontwikkelingskansen scheppen voor het hele palet aan landbouwbedrijven: voor gespecialiseerde bedrijven met vee, akkerbouw, groenten en fruit, maar ook voor verbrede landbouw met hoevetoerisme en thuisverkoop, stadslandbouwinitiatieven, biobedrijven, zorgboerderijen, en elke nieuwe vorm van verbreding en/of diversificatie. Essentieel is dat ze duurzaam zijn.
  • Het belang en de opportuniteiten van het Korte Keten-verhaal wordt erkend op vlak van productie, toerisme en recreatie.
  • De Vlaamse Regering zal het enorme succes van de volkstuinen blijven bestendigen en honoreren. Daarnaast wordt de paardenhouderij ondersteund als recreatieve en economische actor op het platteland zodat deze sector op een duurzame manier geïntegreerd wordt.
  • Met respect voor het plaatselijk ruimtegebruik voorziet de Vlaamse overheid natuur ook in of voor steden en legt ze groenblauwe netwerken aan als brug tussen stedelijk en landelijk gebied met ruimte voor recreatie, toerisme, lokale economie en sociale of educatieve projecten

Welzijn

De Vlaamse Regering erkent de lokale besturen (gemeente en OCMW) volmondig als cruciale partners in het welzijns-, gezondheids- en gezinsbeleid. Ze erkent hun regierol en vindt het belangrijk dat de lokale besturen deze rol op een of andere manier duidelijk scheiden van hun mogelijke rol als actor, om op die manier het vertrouwen van alle actoren op het terrein te winnen. Daarnaast laten de regering de ook ruimte om specifieke accenten te leggen samen met de grootste steden en in de Vlaamse Rand.

Energie

Distributienettarieven van elektriciteit en aardgas worden hervormd tot een zuiver netgerelateerd tarief per doelgroep dat de capaciteit die een klant reserveert reflecteert. Het tarief is kostenreflectief voor afname en injectie, houdt rekening met de kosten voor aanleg en gebruik van het net en objectiveerbare verschillen worden geïntegreerd zoals de densiteit van het net (stedelijk of ruraal).

Toerisme

Bruisende steden en urban innovation worden gezien als een van de productielijnen van Vlaanderen.