Twee nieuwe wagonnetjes voor de Urban Agenda-trein

  • 12 december 2018

In het kader van de Europese Urban Agenda van november 2018 in Wenen keurden de Directeurs-Generaal, voor Stedelijke Zaken (DGUM) twee nieuwe partnerschappen goed. Deze twee partnerschappen – het eerste rond Cultuur en Cultureel Erfgoed, het tweede rond Veiligheid in de Publieke ruimte – komen bovenop de twaalf lopende partnerschappen.

Even ter herinnering: in 2016 gaf het Pact van Amsterdam het startschot voor een Europese Urban Agenda. Na twintig jaar discussie was de trein eindelijk vertrokken. Via partnerschappen rond specifieke thema’s streeft de Europese Commissie samen met steden, regio’s, lidstaten en partnerorganisaties naar een sterkere stedelijke component in het Europese beleid. In elk van deze partnerschappen werken de betrokken partners, op voet van gelijkheid, aan verbeteringen op vlak van Europese regelgeving, afstemming van subsidiekanalen en kennisdeling.

Twaalf partnerschappen werden in 2016 en 2017 op gang getrokken. (Voor een overzicht van deze partnerschappen verwijzen we je graag naar  https://ec.europa.eu/futurium/en/urban-agenda). De eerste vier partnerschappen zitten volop in hun uitvoeringsfase, de andere acht hebben hun actieplan goedgekeurd gekregen.

Nu wordt het licht op groen gezet voor twee nieuwe partnerschappen. In de eerste reeks van twaalf partnerschappen waren Vlaanderen en Vlaamse steden al vertegenwoordigd in zes ervan en dat is niet anders bij deze twee nieuwe partnerschappen: het Vlaams Agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be) zit in het partnerschap rond Cultuur en Cultureel Erfgoed, de stad Mechelen – net als het Brussels Hoofdstedelijk Gewest – doet mee in dat rond Veiligheid in de Publieke Ruimte.

De leden van de verschillende partnerschappen proberen in de eerste plaats om de violen op elkaar af te stemmen voor een gemeenschappelijke opdrachtomschrijving. Op basis van zo’n gedeelde visie worden in het actieplan initiatieven geformuleerd die leiden naar betere regelgeving, subsidiemogelijkheden en kennisuitwisseling. Nog veel werk op de plank dus, maar wat weten we ondertussen wel?

Op de valreep – 2018 is per slot van rekening het Europees jaar van het Cultureel Erfgoed – dus toch nog een Urban Agenda-partnerschap rond cultureel erfgoed. De coördinatoren van het nieuwe partnerschap erfgoed en cultuur zijn het Duitse Bundesministerium des Innern, für Bau und Heimat en het Italiaanse Ministero dei Beni e delle Attività Culturali  (Ministerie van Cultureel erfgoed en activiteiten) in samenwerking met het Agenzia per la Coesione territoriale  (Agentschap voor territoriale cohesie). Twee landen dus die zich kunnen laten voorstaan op een rijk cultureel erfgoed. Vlaanderen tekent via het Agentschap Onroerend Erfgoed ook present, naast onder meer Ljubljana uit Slovenië, de Portugese Coimbra regio, de Nederlandse Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, de stad Katowice en het Silesische woiwodschap uit Polen, het Finse Espoo, Bordeaux, Berlijn, de Canarische Eilanden, Alba Iulia uit Roemenië, Kazanlak uit Bulgarije en Nagykanizsa uit Hongarije, vervolledigd met de lidstaten Denemarken, Cyprus, Frankrijk en Spanje.

Dat Vlaanderen beschikt over een rijk cultureel erfgoed is een open deur intrappen. Denk maar aan de historische stadscentra, de kathedralen, de begijnhoven, de belforten,… Maar een cultureel erfgoedbeleid is meer dan het conserveren van het verleden. Cultureel erfgoed moet een plaats krijgen in de dynamische samenleving van vandaag, moet kunnen inspelen op uitdagingen die vandaag het maatschappelijke debat kleuren: het omgaan met de schaarse ruimte, de demografische groei, het duurzaamheidsdenken,… Respect voor cultureel erfgoed wil niet zeggen dat je er je handen van af moet houden. Integendeel. Door onroerend erfgoed te hergebruiken of een respectvolle herbestemming te geven, binnen een globale stedelijke of landschappelijke visie, garandeer je net het voortbestaan ervan. Geef je het een plaats in de huidige samenleving. Het Agentschap Onroerend Erfgoed heeft zo heel wat expertise opgebouwd rond kwaliteitsvolle herbestemming van cultureel erfgoed en wil dergelijke dynamische en holistische benadering van het omgaan met cultureel erfgoed dan ook volop uitdragen in het partnerschap. Daarnaast wil het Agentschap focussen op de doorvertaling van de Europese Landschapsconventie (geïntegreerde landschapszorg), de principes van de Davosverklaring (https://davosdeclaration2018.ch/) en de Faro-conventie rond participatie van de samenleving bij erfgoed (http://www.kunstenenerfgoed.be/nl/nieuws/terugblik-studiedag-faro-conventie-participatie-en-het-lokale-erfgoedbeleid-161). Begin februari 2019 komen de coördinatoren voor het eerst samen en gaan de werken echt van start.

 

Net als het Agentschap Onroerend Erfgoed in het eerste partnerschap, werd ook de Mechelse kandidatuur – voor het partnerschap rond Veiligheid in de Openbare Ruimte - enthousiast onthaald. Veiligheid is sowieso een huis met vele kamers (en verborgen hoekjes). Deze veelzijdigheid vraagt een geïntegreerde benadering en die zien we duidelijk ook weerspiegeld in de Mechelse visie.

 

Mechelen heeft wereldwijd al heel wat lof geoogst voor haar benadering van extremistisch geweld en radicalisering. De stad heeft heel wat methodologieën beproefd met betrekking tot de veiligheid in de openbare ruimte. Zo werkt de stad via een gemeenschapsgebaseerde benadering aan sociale preventie door straathoekwerkers moeilijk te bereiken doelgroepen actief te laten opzoeken in hun eigen leefomgeving. Andere initiatieven focussen op de steun aan kwetsbare slachtoffers (bv. huiselijk  of gender- of eergerelateerd geweld,… Gemeenschapswachten gaan actief op pad in wijken om te informeren en sensibiliseren rond diefstal, overlast, vandalisme,… De stad bouwde in dit verband heel wat kennis op rond ontwerpend onderzoek als methode voor misdaadpreventie. Rode draad doorheen al deze projecten is een geïntegreerde benadering en een coherente samenwerking tussen alle mogelijke lokale actoren, met de stad in de rol van experimenteel living lab voor vernieuwende methodieken. Mogen we overigens ook even verwijzen naar een toolbox die studiebureau ndvr ontwierp rond ruimtelijke veiligheid, in het kader van een conceptsubsidie die Stedenbeleid Vlaanderen toekende aan de stad Antwerpen (http://www.stedenbeleid.vlaanderen.be/ruimtelijke-veiligheid-oproep-2013).

 

Nemen overigens ook deel aan het partnerschap rond Veiligheid in de Openbare ruimte: de regio Toscane, het Poolse Torun, Helsinki, Riga, de Unione della Romagna Faentina, Lille, Madrid, het Tsjechische Ministerie van Transport en het Kroatische Ministerie voor Bouw en Ruimtelijke Planning. De stad Nice en het European Forum for Urban Security treden op als coördinatoren van het partnerschap. De stad Mechelen is niet de enige Belgische vertegenwoordiger: ook het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gooit zich in dit partnerschap.

 

Of er na deze twee partnerschappen nog nieuwe samenwerkingscoalities zullen volgen, valt nog af te wachten. Verschillende landen en het ondersteunende Urban Agenda- Secretariaat hebben nu al de handen meer dan vol. Aan stedelijke uitdagingen alvast geen gebrek, maar een en ander zal wellicht duidelijk worden in de nieuwe programmaperiode (2021-2027) voor het Cohesiebeleid, waarvoor de besprekingen volop bezig zijn….