Thematische oproep 2017 ‘Groen in de Stad’

  • 6 april 2018

De thematische oproep mikt op kleinschalige en vernieuwende stadsvernieuwingsprojecten die inspelen op specifieke stedelijke uitdagingen. Deze subsidiestroom laat toe vlot in te spelen op uitdagingen. Thematische stadsvernieuwingsprojecten hebben daarom een experimenteel en innovatief karakter. Voor de realisatie van deze projecten krijgen de steden drie jaar de tijd. In de binnenstad is er vaak weinig ruimte voor de inplanting van klassieke groenvoorzieningen. De oproep 2017 mikt op ‘vergroenen’ om de fysieke uitstraling, de leefbaarheid en de ecologische duurzaamheid van de stad te verbeteren. Omwille van de beperkte vrije ruimte in de Vlaamse steden, wordt gezocht naar innovatieve initiatieven die vertrekkend van de compacte stad creatieve oplossingen aanreiken.

Op 15 december 2017 keurde de Vlaamse Regering vijf thematische projectsubsidies goed.

Aarschot, De torens

Dit project kadert in de strategische visie op Aarschot die architecten Robbrecht en Daems in 2004 ontwikkelden. De visie onderkent drie structurerende elementen in de stad: (1) de Demer als bypass, (2) de stationsbuurt als groeipool en (3) de oude stadsvesten als drager van het stedelijk weefsel. Het project is een onderdeel van een groter stadsvernieuwingsproject dat inzet op de herwaardering van de stadsvesten. Het opzet is de verbinding tussen het stadscentrum en Orleanstoren met het omringende landschap, zowel fysiek, visueel als mentaal te herstellen.

De 16de eeuwse Orleanstoren wordt op termijn gerestaureerd. In dit project wordt prioritair ingezet op 3 onderdelen:

  • deelproject 1 - groene verbinding: De vervollediging van de verbinding tussen de Leuvensestraat met de Orleanstoren en het landschapspark.
  • deelproject 2 - samen landschap maken: Een participatief en coproductief traject waarin de rol van de Orleanstoren als schakelpunt tussen stad en landschap én als historische ankerplaats opnieuw in de verf wordt gezet. Samen met lokale verenigingen, bewoners, scholen,… wordt een ingreep uitgedacht die ook de ‘mentale afstand’ tussen de stad en het achterliggende landschap verkleint. Dit project wordt opgevat als een ‘live project’ en vormt een verderzetting van het reeds belopen participatietraject rond het stadsvernieuwings­project en de volkstuintjes.
  • deelproject 3 - een versterkt netwerk: inschrijving in een ruimer en intergemeentelijk landschappelijk netwerk. Het stadsvernieuwingsproject heeft het potentieel zich in te schrijven in een bovenlokaal netwerk van herkenningspunten: de site verbindt bestaande realisaties als de Maagdentoren, de Vlooybergtoren, ’s Hertogenmolens,… en kan een katalysator worden voor nieuwe projecten op andere strategische locaties.

Het project ‘Aarschot, De torens’ ontvangt een subsidie van 220.000 euro. Deze subsidie bekostigt het deelproject 1 de groene verbinding: vervollediging van de verbinding tussen de Leuvensestraat en het Bonewijkplein met de Orleanstoren en het landschapspark.

Antwerpen, Groengevel bibliotheek Permeke

De omgeving van het De Coninckplein is arm aan groen. De Permeke-bibliotheek ligt op de kop van het De Coninckplein en is een goede locatie als eyecatcher: het gebouw is zowel zichtbaar vanaf het plein als vanuit de omringende straten. Door de smalle straten en de hoge verkeersintensiteit met verschillende tramlijnen zijn de mogelijkheden om straatgroen en straatbomen te voorzien beperkt. Verticaal groen en vergroening van gebouwen is in deze zone een waardevol alternatief.

Het project voorziet een groengevel aan de Permeke-bibliotheek. De bibliotheek fungeert als piloot voor de installatie van ‘niet-grondgebonden groen’ in functie van verticaal groen in de stad. Een voedingsbodem wordt bevestigd aan het gebouw om groen te planten. Hiernaast wordt ook een irrigatiesysteem uitgebouwd om dit groen van water en voeding te voorzien.

Het project ‘Antwerpen, Groengevel bibliotheek Permeke’ ontvangt een projectsubsidie van 210.000 euro. Dit bedrag wordt ingezet voor de bouwkundige aanpassing van het gebouw, de plaatsing van de groenwand en de investeringskosten.

Hasselt, Mobiele stadsecosystemen in het stedelijk gebied van de stad Hasselt

De Hasseltse binnenstad beschikt over weinig groen. De stad Hasselt wil experimenteren met mobiele stadsecosystemen, waarvoor men inspiratie vond in het buitenland. 21 containers worden geplaatst op verharde, onaantrekkelijke plekken, waar omwille van technische en/of budgettaire redenen pas in de toekomst een geplande heraanleg kan plaatsvinden. De containerplanten zijn een mix van streekeigen bomen, heesters en kruiden. De stad Hasselt betrekt de buurtbewoners bij de selectie van de locaties, de inrichting en het beheer. Om een stadsecosysteem te ontwikkelen, blijft de container minimum een vaste periode op eenzelfde plaats. Als een plek aan de beurt is voor heraanleg, is de mogelijkheid voorzien om de container te verplaatsen naar een andere onaantrekkelijke, grijze locatie.

De stad wil verschillende types van mobiele stadsecosystemen ontwikkelen in samenspraak met deskundigen en buurtbewoners. In de toekomst groeit elke gerealiseerde container uit tot een op zichzelf staand stadsecosysteem waar tal van kringlopen duurzaam ontstaan. Het recept hiervoor is het creëren van een levende bodem, iets wat in een stedelijke omgeving ter hoogte van bomen vaak ontbreekt. Hiervoor zal de stad samen met haar kennispartners onderzoeken hoe er zich een optimaal bodemvoedselweb kan ontwikkelen in een mobiele omgeving. De stadsecosystemen zijn ‘proeflabo’s’ die frequent gemonitord worden. Een draaiboek vertaalt de inzichten en resultaten dat als goede praktijk een inspiratiebron vormt voor andere lokale besturen.

De stad Hasselt ontvangt voor het project ‘Mobiele stadsecosystemen in het stedelijk gebied van de stad Hasselt’ een subsidie van 225.000 euro. Als uitgaven zijn voorzien het ontwerp en de vervaardiging van de groencontainers, de teelaarde, de beplanting en de bekendmaking van het project .

Kortrijk, landschap als motor in stedelijke ontwikkeling – site De Meestere als magneet

De stad Kortrijk wil samen met ‘Architectural Workroom Brussels’ een vernieuwende stedelijke ontwikkelingsstrategie definiëren. Hierbij vormt het vrijwaren en herdenken van open ruimte in sterk verstedelijkt gebied een belangrijke doelstelling. Binnen het participatief traject ‘Kortrijk 2025’ kwam naar voor dat de noordelijke cluster heel wat kansen biedt. De stad Kortrijk versterkt dit landschap, maakt het zichtbaar en zet het in relatie met haar omgeving via twee gerichte ingrepen. Hierbij fungeert de leegstaande site, De Meestere, als ‘magneet’ en als een uitdagende experimentele plek om keuzes te maken over de rol en de toekomst van de ruime omgeving.

De eerste ingreep betreft het ‘Tinekesbos’. Dit bos situeert zich tussen site De Meestere, de Heulebeek en het centrum van Heule. In dit deel schrapt de stad Kortrijk de verkavelingsplannen. De stad Kortrijk zet in op vergroenen, zachte verbindingen voor fietsers en voetgangers en het zichtbaar maken van de Heulebeek. Doordat de Vlaamse Milieumaatschappij in het kader van waterbeheersingsplannen voorziet in de aanleg van een bypass op de Heulebeek, wordt de ecologische waarde op het huidige tracé versterkt.

De tweede ingreep betreft de Heulebeek. Deze ingreep situeert zich tussen Site De Meestere en de reservatiestrook N50c. Inzet is het vergroenen en ontsluiten van de oevers van de Heulebeek. De stad Kortrijk zet binnen het traject in op de wisselwerking tussen het landschap en zijn omgeving, ecologische opwaardering en het verbeteren van het waterbergend vermogen. Daarnaast voorziet de stad Kortrijk nieuwe zachte verbindingen en ruimte voor avontuurlijk spelen.

De stad Kortrijk zet de site De Meestere de komende jaren in voor tijdelijk gebruik. Dit traject moet het dossier verder laten rijpen. Het tijdelijk gebruik geeft aan hoe een mix aan functies zorgt voor een dynamische en duurzame invulling. Ook het leggen van inhoudelijke verbanden met haar omgeving is een belangrijk gegeven. Met het herdenken van de rol van deze site, denkt de stad Kortrijk na hoe de site kan vergroenen en in dialoog kan gezet worden met de Heulebeek.

De stad Kortrijk ontvangt voor het project ‘Kortrijk, Landschap als motor in stedelijke ontwikkeling - site De Meestere als magneet’ een subsidie van 245.000 euro. Deze subsidie zet de stad Kortijk in voor de groenontwikkeling van het ‘Tinekesbos’, de groenontwikkeling van de Heulebeek, groenverwervingen in de Heulebeekvallei en het vergroenen en tijdelijke ingrepen op site De Meestere.

Sint-Niklaas, Groene lob Baenslandwijk

Groene lob Baenslandwijk kadert binnen het Lobbenstadmodel van de stad. De stad Sint-Niklaas wil een aantal voorbeeldstellende deelprojecten rond water, groen en klimaat opstarten. Hiermee wil de stad Sint-Niklaas de transitie van bebouwde en verharde wijk naar een adaptieve groenblauwe lob vorm geven op het terrein.

Concreet bestaat het thematisch stadsvernieuwingsproject uit drie projectonderdelen:

  • deelproject 1 - herinrichting van het Adolf Daensplein/ Sint-Jansplein. Doelstelling is hier een groene adaptieve speelruimte op wijkniveau te creëren, een groene verbinding tussen de twee pleinen door het knippen van de straat en een inperking van de verharde randen en het parkeren ten voordele van de groene ruimte. Daarnaast moet het aanwezige kwaliteits­arme groen versterkt worden door via een gepast beheer en inrichting de kwaliteit t.a.v. een aantal ecosysteemdiensten te verhogen.
  • deelproject 2 - proefproject voor het Aquafin-project om experimenteel om te gaan rond wateradaptatie. Door een beperkt demoproject te initiëren om op een andere manier om te gaan met het rioleringsproject door het verminderen van de bovengrondse verharde opper­vlak­te en door het vermeerderen van de groenblauwe zones, kan een praktijkvoorbeeld gesteld worden om het project anders aan te pakken.
  • deelproject 3 - ontharding en vergroening van private voortuinen in de Baenslandwijk onder de vorm van een projectoproep naar de burgers.

De stad Sint-Niklaas ontvangt voor het project Groene lob Baenslandwijk een subsidie van 300.000 euro. Deze subsidie  besteedt de stad Sint-Niklaas aan het proefproject rond wateradaptatie en de ontharding en vergroening van private voortuinen in de Baenslandwijk via een projectoproep naar haar burgers.