Shoppingcomplex met leegstand krijgt wervende nieuwe invulling

  • 17 juni 2015

Soms vormt tabula rasa het enige antwoord op een ruimtelijke vraag in de stad. De stad Mechelen kon na jaren strijd de betonnen moloch van het Euroshoppingcomplex inruilen voor een hedendaags stadsbouwblok, deze keer één op maat van de binnenstad. Het Clarenhof schakeert bijna honderd woningen met grote typologische verscheidenheid rond een groen en publiek binnenhof. Dankzij de projectsubsidie geniet ook de omliggende buurt van de heropwaardering van de publieke ruimte. Opmerkelijk is hoe het participatietraject terug kon vallen op een enthousiaste ‘Bewonersbegeleidingsgroep'.

Leegstand en verwaarlozing

Het Euroshoppingcomplex in Mechelen Euroshopping in 2009Mechelen prijkte tot voor kort op de weinig benijdenswaardige lijst van de Belgische ‘Grote Nutteloze Werken’. De betonnen moloch werd in de jaren 1960 neergepoot midden in het Mechelse winkelcentrum. Euroshopping domineerde ook de Mechelse horizon met een hoge parkeertoren. In de sokkel zaten winkels, een stadsfeestzaal en horecagelegenheden. De winkels hadden echter systematisch met langdurige leegstand te kamen en ook de stadsfeestzaal werd onderbenut. De bovenmaatse parkeertoren kende ook een lage bezetting en verkeerde, ondanks renovatiepogingen, langdurig in slechte staat. De leegstand en verwaarlozing verspreidden zich langzaam maar zeker ook over de rest van het bouwblok en in de naburige straten. De buurt kampte steeds meer met overlast en kende leefbaarheidsproblemen als gevolg.

Stad neemt heft in handen

Meerdere private pogingen om dit bouwblok te saneren werden opgestart maar geraakten niet verder dan de tekentafel. Vooral de versnipperde eigendomsstructuur van ongeveer 120 verschillende eigenaars maakte het moeilijk om tot een haalbaar en gedragen project te komen. Het stadsbestuur nam begin 2001 het heft in eigen handen en kocht ongeveer de helft van de site op. Voor de andere helft van de eigendommen ging de stad vastberaden over tot onteigening.

Eind 2005 kon een publiek-private samenwerking opgezet worden tussen de stad Mechelen en het Bouwfonds Property Development Belgium. De stad leverde de bouwgrond aan en investeerde ongeveer 10,5 miljoen euro. De private projectontwikkelaar zou instaan voor de sloop van het bouwblok, en vervolgens ook de bouw, financiering en verkoop van het nieuwe project.

De stad Mechelen wou de regie van het project in handen blijven houden, ook tijdens de uitvoeringsfase. De stad deed daarom de verworven eigendommen niet eensklaps van de hand, maar stelde de bouwgrond ter beschikking van de promotor via een recht van opstal. Aan het bebouwen en het gebruik van de grond koppelde de stad specifieke voorwaarden. Ten tweede moest een masterplan de verdere uitwerking van het project in goede banen leiden. Dat masterplan maakte ook juridisch deel uit van de samenwerkingsovereenkomst tussen de stad en de promotor.  De ontwikkelaar was verantwoordelijk voor de opmaak van het initiële masterplan en stelde daarvoor awg architecten aan. Op vraag van de stad Mechelen zou de ontwikkelaar later nog twee bijkomende bureaus aanstellen: Buro 5 en dmvA. Beide bureaus moesten een stedenbouwkundige visie ontwikkelen, onafhankelijk van de reeds gemaakte studie. Bovendien zouden de stedenbouwkundige ontwerpers de aanbevelingen verwerken die professor Evert Lagrou had geformuleerd rond leefbaarheid en veiligheid. Dit vergelijkend stedenbouwkundig onderzoek en de fundamentele discussie die erop volgde, leidde tot significante en kwalitatieve bijsturingen van het eerste stedenbouwkundig ontwerp. bOb Van Reeth functioneerde tijdens dit hele proces als supervisor. In die hoedanigheid trad hij ook op als bewaker van het concept tijdens de uitvoeringsfase en stond hij later in voor de coördinatie van de aanleg van de open ruimte.

Wonen in het wit

Binnen de krijtlijnen van het masterplan tekenden POLO architects en WIT architecten een modern wooncomplex uit. In 2013 werden er 95 nieuwe woningen opgeleverd. Het nieuwe bouwblok creëerde zo ruimte voor bijna 200 nieuwe bewoners in het hart van Mechelen. Minstens een derde van het woningaanbod bestaat uit gegeerde grondgebonden woningen voor gezinnen met kinderen. Appartementen en enkele duplexwoningen met een praktijkruimte vullen het aanbod aan. Hoewel het om een groot nieuwbouwproject gaat, dat tabula rasa maakt met het bestaande patrimonium, vermijdt de architectuur toch de fout uit het verleden. De typologische mix van woonvormen vertMechelen Clarenhofaalt zich bijvoorbeeld in een gevarieerd spel van verschillende volumes en gevelmaterialen. Zo wordt bijvoorbeeld een rij met gezinswoningen afgewisseld met appartementen in een markant bakstenen kopgebouw. Ook de wisselende oriëntaties van de woningen, de alternerende posities van de balkons en de beschermende luifel geven het project een menselijk gezicht. De dominerende witte kleur van de gevels draagt dan weer bij tot de nodige visuele samenhang binnen het project. Op het gelijkvloers, op het niveau van de publieke stad, maakt de schakering van architecturale elementen zoals tuinmuren, houten zonneweringen en deurelementen van het Clarenhof een plek op maat van de nieuwe buurtbewoner. Binnenin de woningen wordt wooncomfort gecombineerd met een efficiënt energie- en waterbeheer. Zo zorgt een ventilatiesysteem in de woningen bijvoorbeeld voor warmteterugwinning en wordt ook het regenwater gerecupereerd. 

Aansluiten bij het historische weefsel

Het bouwblok van het Clarenhof werd als het ware ‘ontpit’. De volgebouwde kern werd ingeruild voor een oase van groen, water en rust. Midden in het Clarenhof ligt immers een volwaardig binnenhof verscholen. Het project geeft hiermee ademruimte aan de buurt, maar deze groene binnenpit vindt ook aansluiting bij het historische weefsel van Mechelen. Denk bijvoorbeeld aan het Hof van Habsburg en het Hof van Busleyden, maar ook het stadhuis en het justitiepaleis organiseren hun vertrekken rondom een binnenhof. De aanleg van deze centrale buitenruimte werd aangegrepen om een oude vliet, ‘De Gracht’, terug open te leggen. De waterpartij van de vliet loopt dwars over het binnenhof en zoomt een gemeenschappelijke tuin af met bomen. Het zichtbaar maken van ‘De Gracht’ maakt onderdeel van het ‘Vlietenplan’.  Hiermee wil de Stad Mechelen systematisch de originele structuur van de Dijle en haar bijrivieren opnieuw zichtbaar en beleefbaar maken. Bovendien draagt de vliet ook bij tot de waterhuishouding van het project door onder meer als overstort van regenwater te fungeren voor de woningen.

Groene toets in straatbeeld

Het ontwerp van de publieke ruimte, opgemaakt door het studiebureau Vectris, zorgt ervoor dat de impact van het groene binnenhof tot ver buiten de projectsite reikt. Het binnengebied is bereikbaar via vier toegangen. Het bouwblok is op die manier doorwaadbaar en toegankelijk voor buurtbewoners. De binnentuin leent zich ook tot spel voor kinderen uit de buurt. Ook visueel wordt de toegankelijkheid van het binnengebied onderstreept. Waar de vliet niet kan worden blootgelegd, wordt haar traject visueel gesuggereerd met een straatsteen met druppelpatroon, wat contrasteert met het gewone wegdek. Bomen aan de ingang van het binnengebied signaleren het binnenhof al van ver en zorgen voor een groene toets in het straatbeeld. In de aanpalende straten wordt het groene spoor verder gezet aan de hand van grote, vrijstaande bomen en verhoogde plantentafels. Samen maken ze de verbinding met de Kruidtuin wat verderop.  Ook het naburige pleintje Meysbrug wordt heraangelegd als een uitnodigend stukje publieke ruimte, inclusief een watertafel en twee statige bomen. In de smalle Huidevettersstraat brengen de voortuinen van de nieuwe woningen groen in de straat. Buurtbewoners werden er uitgenodigd om me te doen en een geveltuintje aan te leggen. Voor de aanleg van deze publieke ruimte kon de stad Mechelen beroep doen op een Projectsubsidie van 1.300.000 euro.

Om het fietsgebruik te stimuleren, werden vlakbij de hoofdtoegangen van het project overdekte fietsenstallingen gepland. De heraanleg van het publieke domein zorgt voor een veilige en groene verbinding voor fietsers en is een welkom alternatief voor de drukke verkeersassen in de omgeving. De parkeerplaatsen die verdwenen uit het straatbeeld ten voordele van de groenaanleg, werden ondergronds gecompenseerd. Het project voorziet zestig extra ondergrondse parkeerplaatsen voor mensen uit de buurt. In totaal telt het project bijna 200 parkeerplaatsen, verdeeld over twee ondergrondse niveaus.

Bewonersbegeleidingsgroepen

Opmerkelijk is de rol die de zogenaamde Bewonersbegeleidingsgroep (BBG) speelde gedurende het volledige proces. Vanaf de opmaak van de projectdefinitie voor het woningbouwproject, tot en met de aanleg van het openbaar domein kon het participatietraject terugvallen op een enthousiaste groep buurtbewoners en stadsgebruikers. Zij konden duidelijk de knelpunten en opportuniteiten aangeven over de sociale en fysieke karakteristieken van de buurt. In navolging van de positieve ervaring bij het Clarenhofproject plant de stad Mechelen zelf gelijkaardige bewonerbegeleidingsgroepen op te richten voor andere complexe stadsvernieuwingsprojecten, zoals de Tinelsite en de Kazerne Dossin. Deze BBG wordt onder andere bemand met leden uit de lokale wijkraden en buurtcomintés. Enerzijds engageren deze leden zich om het project de komende jaren mee op te volgen en constructief mee te denken, in het belang van de hele buurt. De BBG kan bijvoorbeeld een advies formuleren dat voorgelegd wordt aan het college van burgemeester en schepenen. De leden functioneren zo als de voelsprieten voor de stad. Anderzijds verspreiden de leden ook de informatie over het project aan andere buurtbewoners. Op deze manier kent de Projectsubsidie een impact, die zowel ruimtelijk als in de tijd, veel verder zal reiken dan de rooilijnen van het Clarenhofproject.