Participatietraject binnen Gentse stadsdiensten leidt tot multidisciplinaire aanpak van stadsvernieuwing

  • 30 juli 2014

Het Gentse stadsdeel Dampoort en Sint-Amandsberg kent een grote diversiteit aan woningen, bewoners, structuren, problematieken en opportuniteiten. Daarvoor een duidelijke visie ontwikkelen voor stadsontwikkeling is niet evident. De stad organiseerde daarom een workshop, waaraan medewerkers van verschillende diensten en sleutelfiguren uit de wijk deelnamen, als eerste denkoefening. Dit bleek een geslaagd experiment: het zorgde voor een concept voor Dampoort en Sint-Amandsberg dat gedragen wordt door het stadsbestuur en de jury Stadsvernieuwing overtuigde om een conceptstudie toe te kennen. Thuis in de Stad interviewde de initiatiefnemers van de workshop.

De workshop voor het project Dampoort en Sint-Amandsberg was niet de eerste keer dat medewerkers van verschillende stadsdiensten samen nadachten over de ontwikkeling van een gebied. Dat gebeurde ook voor het Citadelpark en Gent-Zuid. Wat deze denkoefening anders maakte, is dat binnen dit project de nadruk niet op het ruimtelijk aspect lag. Dampoort – Sint-Amandsberg is immers een heel diverse wijk waar niet alleen nood is aan kwalitatieve openbare ruimte. Er gebeurt er heel wat op initiatief van de bewoners zoals het opzetten van een cohousingproject of de opstart van ondernemingen. Daarnaast is een deel van het gebied ook een transitwijk: nieuwkomers vinden er de mogelijkheden om hun leven in de stad op te bouwen, de sociale ladder op te klimmen en plaats te laten voor nieuwe migranten.

Om de bottom-upintiatieven van de bewoners zoveel mogelijk valoriseren, was het belangrijk om in de workshop verschillende expertises samen te brengen. De workshop werd begeleid door een coach, een twintigtal ambtenaren uit verschillende stadsdiensten, acht sleutelfiguren uit de wijk en een zestal experten in stadsvernieuwing. Ze tekenden samen de volgende krachtlijnen uit voor het stadsvernieuwingsproject voor Dampoort-Sint-Amandsberg:

  • De wijk laten bloeien tussen het centrum en de stadsrand: diversiteit van bewoners en verenigingsleven hebben kiemen voor een bloeiende wijk.
  • Publieke ruimtes maken: publieke (groene) ruimtes beter benutten, meer ontmoetingsplekken, minder overwicht van de auto in de wijk.
  • Pionieren, ondernemen en vernieuwen: meer coproductie met bewoners en pionieren en ondernemen eenvoudiger maken.
  • De bedoeling is om deze krachtlijnen met een conceptstudie om te zetten in een wervende onderlegger voor de toekomstige ontwikkeling van het gebied.

Actoren:

  • Stad Gent
  • Hannes Couvreur (coach Superblyhuman)
  • Deelnemers masterclass.

Leerpunten:

  • Een masterclass is een ideale oefening om af te toetsen of er voor een bepaald gebiedsdeel een project te maken is.
  • Het is een risicoloze aanpak. Het is lowcost (het Gentse project kostte ongeveer 18.000 euro). De denkoefening lukt niet altijd. Maar je zet vaak kleine stapjes die op termijn een grote impact kunnen hebben.
  • Het is belangrijk om binnen de masterclass sleutelfiguren te hebben die de wijk goed kennen en weten wat er leeft.
  • Deelnemers moeten voor een stuk generalist zijn die niet zozeer denken vanuit de doelstellingen van hun organisatie of dienst. Ze moeten hun blik kunnen opentrekken.
  • Ook enkele decision-makers zijn nodig binnen de groep.
  • Het is handig om iemand erbij te hebben die de ideeën van deelnemers kan verbeelden of uittekenen.

Maatschappelijke meerwaarde:

  • Het is een duurzame manier om aan de buurt te werken. Je geeft de bewoners een gevoel van waardering en erkent hun expertise over wat er leeft in hun buurt.
  • Overdraagbaarheid naar Vlaanderen:
  • Het is ook een aanpak die kleinere steden kunnen toepassen. Het is goedkoop en vaak efficiënt. Het is wel belangrijk om de juiste begeleider te vinden die de expertise van de verschillende deelnemers naar boven kan brengen en samenlegt.

Dit artikel  kwam tot stand dankzij de vele input van Philippe Van Wesenbeeck en Liesbeth Bultinck (stad Gent) en Hannes Couvreur (Superblyhuman). De illustratie is van Willem Pirquin.