Wanneer en waarom gebruiken stadsbesturen de Stadsmonitor?

De vijfde editie van de Stadsmonitor verscheen in maart van dit jaar. Maar wie gebruikt de Stadsmonitor en wanneer? Met deze vraagstelling en met de steun van het Steunpunt Bestuurlijke Organisatie Vlaanderen (SBOV) ging Jo Van Assche van het Centrum voor Duurzame Ontwikkeling (Vakgroep Politieke Wetenschappen, UGent) aan de slag. Hij voerde diepgaande gesprekken met vertegenwoordigers van drie Vlaamse centrumsteden en stelde sterke onderlinge verschillen vast. Een overzicht.

Een toenemend gebruik

De afgelopen tien jaar gebruiken centrumsteden de Stadsmonitor in toenemende mate. Ze beschouwen deze monitor als een waardevolle bron van data, die meerdere facetten van de leefbaarheid en de duurzaamheid van hun stad in beeld brengt. Ze kijken dan ook uit naar de nieuwe data van de volgende editie. Sinds de invoering van de beleids- en beheerscyclus (BBC) is er zelfs sprake van een meer systematisch gebruik van de Stadsmonitor.

Betekenis voor het stedelijk beleid

Het onderzoeksrapport getuigt van een groeiende betekenis van de indicatoren uit de Stadsmonitor voor het stedelijk beleid. De centrumsteden hanteren de Stadsmonitor om sectorale omgevingsanalyses en de strategievorming beter te stofferen. Ze gebruiken de Stadsmonitor om stadsregionale dynamieken in te schatten aan de hand van onder meer data over migratiesaldo’s en demografische evoluties. Lage scores op de  indicatoren leiden meestal tot rechtstreeks overheidsoptreden. Met hoge scores onderbouwen steden dan weer hun bestaande strategische opties of beleidsvisies. Ten slotte wijst Jo Van Assche ook op de onrechtstreekse impact op het beleid. Elke indicator bevat een stimulans om de omgevingsgerichtheid van de stadsorganisatie te versterken én in de bedrijfscultuur te verankeren.

Invloed van de stadsorganisatie op het gebruik

In de drie onderzochte centrumsteden komt een algemeen patroon aan het licht. Het gebruik van de Stadsmonitor is afhankelijk van de houding van voornamelijk drie actoren: de politici, de leidend ambtenaren en de ambtenaren van het middenkader. Politici zien iedere editie als een rapport met goede en minder goede punten voor hen persoonlijk en hun beleid. Wie goed scoort kan dit aanwenden in persmededelingen of in toespraken en daarmee zijn positie versterken. Indicatoren met lage scores kunnen daarentegen hun aanzien schaden en hen tot ingrijpen noodzaken. Ambtenaren uit het middenkader beschouwen de Stadsmonitor als een bron van informatie om een objectief beeld van de stad te krijgen en het beleid professioneler aan te pakken. Ze gebruiken de Stadsmonitor om sectorale omgevingsanalyses te stofferen. Een kleiner aantal ambtenaren met een strategische ingesteldheid, die zich dikwijls in een leidinggevende positie bevinden, wenden het instrument aan om een integraal beleid vorm te geven.

Naast de actoren, spelen ook interne institutionele factoren in de stadsorganisatie een rol. Wanneer een stadsorganisatie beschikt over formele structuren voor datamanagement, zullen deze diensten de Stadsmonitor gemakkelijker promoten bij andere stadsdiensten. Dat leidt automatisch tot een groter gebruik van de data. Als de omgevingsgerichtheid en strategische reflectie meer ingeburgerd raakt in de ambtelijke cultuur, zal dit het gewenste gebruik als bron of insteek bevorderen om de samenhang tussen maatschappelijke evoluties en uitdagingen te zien en om de strategische reflectie te onderbouwen.

Impact in Hasselt, Kortrijk en Turnhout: enkele voorbeelden

Sinds de eerste editie van de Stadsmonitor (2004) interesseert Kortrijk zich voor de scores van de indicatoren. In 2006 richtte de stad een datacel en een datanetwerk op om het databeheer binnen de stadswerking te systematiseren. In Hasselt was de editie 2008 de aanleiding om een GIS-cel op te richten, omdat de stad tot dan toe geen kaarten kon aanleveren voor de Stadsmonitor. Sindsdien zette de stad een inhaalbeweging in. De lage score voor netheid, veiligheid en buurtvoorzieningen in de Stadsmonitor 2011 bracht in Turnhout een beleidsdynamiek op gang om die negatieve trend te keren.

Hoe het gebruik bevorderen?

De Stadsmonitor verschijnt driejaarlijks. De focus ligt op de periode net na de publicatie van de nieuwe editie. Het onderzoeksrapport bevat een aantal suggesties, waardoor de Stadsmonitor ook tussendoor meer van nut kan zijn. De betekenis van het instrument (voor het beleid) zou kunnen groeien, mocht meer aandacht uitgaan naar de vertaalslag van de omgevingsanalyse naar concrete beleidsadvisering. Centrumsteden hebben hier nood aan. Volgens het SBOV-rapport zou de Vlaamse overheid de centrumsteden hierbij kunnen ondersteunen. De centrumsteden zelf sturen aan om de Stadsmonitor deel te laten uitmaken van een datawarehousesysteem, waarop ze nuttige data van de Stadsmonitor en andere bronnen kunnen terugvinden voor de opvolging van de beleids- en beheerscyclus (BBC).

Kan het instrument nog beter?

De Stadsmonitor bestaat uit twee delen: een visie en indicatoren. De visie bestaat uit intenties en doelen die aangeven wat de Vlaamse overheid verstaat onder een leefbare en duurzame stad. Dit vormt al sinds 2004 de basis voor de keuze van de indicatorenset. Uit het onderzoek blijkt dat weinig gebruikers de visie nog kennen. Bovendien houdt de visie geen rekening met sommige, actuele ontwikkelingen zoals de klimaatuitdaging. Een actualisatie is dus aan de orde.

Volgens Jo Van Assche zijn de centrumsteden ook vragende partij om de stadsregionale dimensie op te nemen in de Stadsmonitor. De schaal van maatschappelijke uitdagingen beperkt zich immers niet meer tot de stadsgrenzen, maar strekt zich uit tot een ruimer gebied.