Kortrijk parkeert slim

  • 1 juni 2018

Rondrijden in Kortrijk. Vroeger was het geen pretje. De nieuwe, slimme aanpak moet daar verandering in brengen. Technologie wijst je de weg naar de gepaste parkeerplaats. Fietsers en voetgangers krijgen meer ruimte. Stad Kortrijk geeft zelf het voorbeeld. Zelden een parkeergarage onder een stadhuis gezien waar geen enkele privé-wagen stond. Enkel de wegmarkering vormt nog een vage herinnering naar een tijdperk waarin koning auto baas was in dit pand. Nu valt het aantal fietsen niet te tellen. Sébastien Lefèbvre, verantwoordelijke aankoop en technologiemanagement van stad Kortrijk, Hans Verscheure, IT-verantwoordelijke van stad Kortrijk en Jean-Paul Vandewinckele, directeur van Parko (Stedelijk Parkeerbedrijf Kortrijk) lichten die totale ommekeer toe.

Is Kortrijk een smart city? Hans Verscheure: “In het Plan Nieuw Kortrijk (beleidsplan) van de stad staan tien engagementen. Het is een vlot leesbaar document van 76 pagina’s, maar bevat slechts één keer de term ‘smart city’. We gebruiken het niet als begrip op zich, maar proberen wel slimme oplossingen te vinden voor de beleidsuitdagingen.”

Sébastien Lefèbvre: “Het gaat om de mindset. We beschikken over veel informatie en technologie. Het komt er gewoon op aan die slim te combineren. Soms moet je de huidige manier van werken helemaal herdenken om tot een passend antwoord te komen.”

Met het slim parkeerbeleid beschikken jullie over veel real-time data. Wat is jullie ambitie daarmee? Verscheure: “De data op zich doen er niet echt toe. Het is vooral hoe je ze interpreteert. Je kan het mobiliteitsgedrag van burgers bijsturen eenmaal je hun bewegingspatronen doorhebt.”

Lefèbvre: “De stad zet in op duurzame mobiliteit in al zijn facetten. Daarom brengen we alle verkeerstromen in de stad in kaart. We gebruiken daarvoor sensoren en camera’s. Met al die data kunnen we in principe van elk individu zijn bewegingen traceren. Dat doen we uiteraard niet om privacy-redenen. Maar het geheel aan verplaatsingen levert wel patronen op. Kortrijk krijgt hiervoor professionele bijstand. We merken wel dat het niet evident is om private partners te vinden die de privacyregels kennen en respecteren. Nochtans een belangrijk aandachtspunt, aangezien de testen gebeurden op echte data.”

Die analyse leverde een nieuw parkeerbeleid op. Hoe pakken jullie het in de praktijk aan? Jean-Paul Vandewinckele: “Het parkeerbeleid is de sleutel om te komen tot een duurzame mobiliteit. Chauffeurs die parkeerplaatsen zoeken en maneuvers uitvoeren, vertragen of stremmen de verkeerstromen. Zonder parkeerplaatsen op straat heb je in principe geen files in een stad. Daarom besloten we te investeren in offstreetfaciliteiten. 55% van het totale aanbod aan parkeerplaatsen zit onder de grond. Dat is veel. Andere ambitieuze steden zoals Gent of Sint-Niklaas halen op die parameter hooguit 20%. Dus, waar je je ook bevindt in het centrum van Kortrijk, op 250 meter afstand zal je altijd terecht kunnen in een ondergrondse parkeergarage.”

Een dure aangelegenheid wellicht. Vandewinckele: “Net niet. Wie zijn wagen ondergronds parkeert, betaalt het eerste uur niets en daarna de helft minder dan wie dat op straat doet. Maar ook daar voorzagen we Shop & Go-zones waar je een half uur gratis kan parkeren. Onze filosofie is duidelijk. We geven voorrang aan zachte weggebruikers door in te zetten op ruimtelijke kwaliteit. Maar auto’s pesten we niet weg. We zorgen er gewoon voor dat ze niet teveel opstoppingen veroorzaken tijdens het zoeken naar een parkeerplaats. We maken het de bestuurders gemakkelijk. Elektronische borden begeleiden hen naar de meest nabije parking. Op de mobiele website kan je de beschikbare plaatsen controleren en je ticket betalen. Zo vermijd je wachtrijen om plaatsen te zoeken en om te betalen.”

Is dat niet discriminerend voor wie niet met mobiele toepassingen overweg kan? Vandewinckele: “Ondergronds betaal je met een betaalkaart. Bovengronds kan je betalen per sms of door munten in de parkeerautomaten te stoppen. Zo sluiten we niemand uit.”

De tarieven liggen opvallend laag. Maar de aanleg van ondergrondse parkings is toch een gigantische investering. Hoe bolwerk je dat als autonoom gemeentebedrijf? Vandewinckele: “Het is belangrijk om weten dat de stad het merendeel van de parkings in handen heeft. Wij hoeven geen winst te maken. Zo kunnen we de tarieven democratisch houden. Initieel kregen we wel een kapitaalinjectie van de stad zodat we de werking konden opstarten. Sindsdien breiden we ons aanbod gestaag uit. Momenteel staan nog twee ondergrondse parkings in de steigers. Dat zal het aantal op zeven brengen met een totaal aanbod van 4.000 parkeerplaatsen.”

Heb ik het ook goed begrepen dat jullie de inkomsten herinvesteren in fietsparkings? Vandewinckele: “Dat klopt. Ons mobiliteitsbeleid bevat ook sociale en duurzame ambities. Dit jaar bedraagt het overschot van de parkeeropbrengsten 800.000 euro. We investeren dat in het openbaar domein. Zo zie je steeds meer fietsenstallingen opduiken in het straatbeeld. Het merendeel is gratis. De bewaakte fietsparking niet. Die biedt niet alleen meer veiligheid, maar ook extra faciliteiten (bv. een box om de helm op te bergen, oplaadpunten, …). Het kost 60 euro per jaar, terwijl een autogarage huren in de stad al snel oploopt tot 1.200 euro per jaar. Het stimuleert in elk geval het fietsgebruik.”

Hoe verkoop je dit verhaal bij de burger? Zorgde de overgang van het oude regime naar het huidige parkeerbeleid niet voor tegenkanting? Lefèbvre: “Van meet af aan zetten we sterk in op communicatie. We zorgden voor inspraakmomenten binnen het programma ‘Kortrijk Spreekt’ en gaven telkens mee welke positieve effecten aanpassingen met zich mee zouden brengen. De steun van de middenstand is essentieel en positief, omdat we hun bereikbaarheid garanderen en verbeteren.”

Vandewinckele: “De inwoners zelf krijgen heel wat gratis parkeertijd en zelfs 250 plaatsen ter beschikking in de stad die we enkel voor hen reserveren. Dat is vrij uniek voor een centrumstad van het formaat van Kortrijk. We onderhouden de parkeervoorzieningen ook goed zodat het proper en verzorgd oogt. Van weerstand is nog weinig sprake. Iedereen ziet dat de aanpak loont.”

Het lijkt een langgerekt succesverhaal sinds de oprichting van Parko in 1998. Zijn er beslissingen waar jullie achteraf spijt van hebben? Vandewinckele: “Buiten de stad ligt het Kennedypark met 10.000 parkeerplaatsen rondom de bedrijfsgebouwen. Daar hebben we geen inspraak in. Nu zou de stad de inrichting van die industriezone helemaal anders invullen. Wie weet kunnen we de fouten uit 1985 in de toekomst rechttrekken als een stadsvernieuwingsproject.”

Jullie wonnen enkele prestigieuze prijzen (Agoria Smart City Award en Slim in de Stad-prijs). Bracht dat iets te weeg? Lefèbvre: “Erkenning krijgen, is altijd plezant. Steden uit buiten- en binnenland komen nu langs om onze aanpak te bestuderen. Rotterdam had in het bijzonder interesse voor het sensorparkeren. Een Nederlands product nota bene. De prijzen zorgden er vooral voor dat de interne gedragenheid omhoogschoot, zowel bij het stadsbestuur als bij de burger. We krijgen nog meer experimenteerruimte, wat duidelijk perspectieven biedt voor andere slimme initiatieven. Want geef toe, Kortrijk heeft met zijn 75.000 inwoners de perfecte schaalgrootte om slimme toepassingen uit te rollen. De massa blijft beheersbaar. In grotere steden ligt dat net iets moeilijker.”

Jullie nemen een centrale rol op als aankoopcentrale voor een 70-tal gemeenten voor een opdracht om bezoekers en passanten te monitoren? Lefèbvre: “We beschikten over een IT-contract voor 70 steden en gemeenten. Dat liep af en daarop trokken we naar de markt om een smart city-toolbox te ontwikkelen voor o.a. datamining, beheer en digitale camera’s. Het bestaat uit vier toepassingsschillen: 1) alle lokale besturen van Kortrijk, 2) het intercommunale niveau, 3) alle centrumsteden uit Oost- en West-Vlaanderen, aangevuld met Mechelen, 4) alle actieve besturen waar we een goede samenwerking mee hebben zoals bv. Ieper.”

Wat hebben jullie daaruit geleerd? Lefèbvre: “Het belang van raamovereenkomsten. Voor kleinere gemeenten is het smart city-verhaal ver van hun bed. Maar als het effectief een nood oplost, dan krijgen ze wel interesse. De uitdagingen zijn in principe voor iedereen gelijk, enkel de snelheid om een nieuw concept uit te werken verschilt sterk tussen steden en gemeenten. Daarom is het goed om samen projecten en offertes in te dienen. Met meerdere partners kan je marktverschuivend werken.”

Nieuwsbericht ‘Slim in de stad-prijs’

Ingediend concept ‘Slim in de stad-prijs’

Agoria – Kortrijk leert burgers slim parkeren

Dit artikel verscheen in de eerste ‘digitale’ BinnenBand, het blad van het Agentschap Binnenlands Bestuur, volledig gewijd aan het Vlaams stedenbeleid. Het nieuwe nummer brengt de stad als laboratorium en inspiratiebron voor lokale besturen. Gesprekken met gangmakers plaatsen de stad en het stedenbeleid in de kijker.

Vier deskundigen schetsen een beeld van belangrijke realisaties en toekomstperspectieven van de stadsvernieuwing, het smart city-verhaal, de co-creatie en de innovatie in het leven en denken over de stad en stedelijkheid.

Inspirerende voorbeelden van stedelijke projecten op het sociaal vlak, op het ruimtelijke-ecologische domein, in de maakeconomie, op slimme mobiliteit en tenslotte bij de proactieve overheid (vooruitziend, sterk, bestuurskrachtig) geven aan dat de stad in beweging is.

Lees de BinnenBand