Genk zet sociale en digitale netwerken in om kansarmoede en leerachterstand terug te dringen

  • 14 december 2016

Genk is één van de winnaars van de eerste editie van de Slim-in-de-Stadprijs. De stad werkte een concept uit om kinderarmoede en onderwijsachterstand terug te dringen door een combinatie van sociale en digitale netwerken in te zetten. Een gedurfd, maatschappelijk concept met een hoge slaagkans omdat het heel actiegericht tewerk gaat. Een half jaar na de uitreiking van de prijs spreken we af met de burgemeester van Genk, Wim Dries, om te peilen naar de huidige stand van zaken. Een aangename ontmoeting met een bevlogen Limburger die zelfs sneller praat dan een ratelende West-Vlaming.

Het stadsbestuur diende een ambitieus concept in om het sociaal kapitaal van Genk te verhogen. Jullie leggen de klemtoon op kansarme gezinnen met een kind van vijf jaar oud. Vanwaar deze keuze? “We mikken op kinderen van vijf jaar omdat we al het project “Instapje” lopen hebben voor kinderen van nul tot drie jaar. We willen met andere woorden doorbreken op het volgende niveau, de overgang naar de lagere school. Een heel belangrijke leerfase in het leven van kinderen.”

Telt Genk veel kinderen die leven in armoede? “Genk kampt al jaren met kinderarmoede: 27% van onze kinderen groeien op in een kansarm gezin.”

Dat is een heel hoog cijfer als je weet dat het gemiddelde voor Vlaanderen rond 12% ligt. Bestaat daar een verklaring voor? “De sociaaleconomische samenstelling van onze stad is daar niet vreemd aan. Sinds het sluiten van de koolmijnen kampen we met een hoog werkloosheidscijfer. Veel inwoners hebben een migratieachtergrond en door het fenomeen van gezinsherenigingen, zijn veel inwoners de taal niet machtig of kennen ze een zekere taalachterstand. Die mix van factoren maakt het moeilijk om uit die vicieuze cirkel van kansarmoede te geraken, eenmaal je erin zit.” 

Klinkt logisch. “Al moet je die cijfers toch ook met een korreltje zout nemen. Als één van de ouders werkloos is of interimarbeid verricht, rekent Kind en Gezin het hele gezin meteen mee in de statistieken van de kansarmoede.”

Niettemin blijft het een hoog cijfer, zeker in vergelijking met andere steden. “Klopt. Met de klassieke methoden slagen we er niet in het tij te keren. Hoog tijd dus om nieuwe concepten uit te testen. Samen met het OCMW besloot de stad om in te zetten op empowerment. We willen de veerkracht van onze inwoners verhogen. We mikken niet zozeer op het bestrijden van fysieke armoede, maar verruimen onze blik naar de vrijetijdsbesteding van kansarme gezinnen. Dat doen we niet zomaar. Het informele leren tijdens sport en spel oWim Dries, burgemeester Genkf de vrijetijd in het algemeen is heel belangrijk voor de ontwikkeling van kinderen. Bovendien proberen we de ouders actief te betrekken, zodat de onmiddellijke omgeving van het kind ook sterker uit dit project komt.”

Een nobele ambitie. Waar ligt het vernieuwende element? “Voor ons is technologie geen fetisj. We zetten in op online én offline begeleiding. Daarvoor doen we beroep op coaches, supporters en captains of society. Allemaal vrijwilligers die we hopen te betrekken in dit verhaal. Maar pas op, het is geen vrijblijvend engagement.”

Dat geloven we. Kan je die verschillende rollen nog iets meer duiden? “Een ‘coach’ moet een soort van vertrouwenspersoon worden voor het kansarme gezin. Iemand waaraan ze gedurende twee à drie jaar advies mogen vragen en van wie ze kunnen leren om sterker in het leven te staan. Maar een hulpverlener is het niet. De ‘supporters’ vormen een ruimere groep mensen op wie de betrokken gezinnen beroep kunnen doen. Ze bieden diensten aan, die voor ons normaal lijken, maar waar kansarme gezinnen vaak uit schroom geen beroep durven op doen. Een voorbeeld. Veel ouders spreken onderling af wie de kinderen naar de voetbaltraining brengt. Op die manier help je elkaar praktisch. Het maakt onderdeel uit van de informele deeleconomie waar kansarmen gemakkelijk buitenvallen, ook al hebben ze er soms het meest baat bij.”

En de ‘captains of society’? Welke rol krijgen zij toebedeeld? “Dat is een high level groep, die kritisch mag reflecteren op het concept. In theorie zijn het invloedrijke mensen die het project kunnen opschalen. Maar hoe we die rol concreet zullen invullen, moeten we nog verder uitzoeken. De captains of society komen pas in een tweede fase aan bod.”

Stad Genk ontving de Slim-in-de-Stadprijs begin februari. We zijn nu een half jaar verder. Waar staan jullie ondertussen met de uitwerking van het concept? “Met onze stuurgroep van vijf personen hebben we al vier stappen doorlopen. De eerste stap behelsde het leggen van bilaterale contacten, bv. met Youth at Risk vzw uit Hasselt of met Rap op Stap, dat reis- of vrijetijdsadvies geeft aan mensen met een beperkt budget. In een tweede fase definieerden we de vijf sporen die we wensen te bewandelen. Concreet komt dit erop neer dat we de rollen van alle betrokkenen omschreven hebben en dat zijn er meer dan we oorspronkelijk in gedachten hadden. We identificeerden coördinatoren, coaches, supporters, captains of society en niet onbelangrijk de gezinstoeleiders. Sindsdien hielden we nog een reflectieoefening onder externe begeleiding van Joos Gysen (Idea Consult) met als centrale vraag: het operationaliseren van het concept. Hoe organiseren we dit in de praktijk? Welke timing en plan van aanpak hanteren we? De vierde en laatste stap ten slotte was het verfijnen van de assumpties, waarbij we de drijfveer van elke doelgroep in kaart brachten om het eerder zachte project hard te maken.”

Jullie hebben al een hele weg afgelegd. Wat is nu de volgende stap? “Na de zomer starten we met een pilootgroep van 20 gezinnen.”

Hoe gebeurt de selectie? “Elk jaar organiseren we een zomerschool. Zo bereiken we veel jongeren en gezinnen. Dat vergemakkelijkt het samenstellen van deze eerste groep aanzienlijk.”

Maar tussen de lijnen door begrijp ik dat het vinden van kansarme gezinnen geen sinecure is. “Dat is een eerste belangrijke vaststelling. De complexiteit van de toeleiders hebben we onderschat. Onze klassieke toeleiders (OCMW, scholen, …) beschikken over een netwerk, maar hoe maken we de nodige koppelingen om een gezin als kansarm te selecteren? Dat is niet evident, vandaar dat we besloten om een pilootfase te organiseren tussen augustus 2016 en maart 2017. Daarna hopen we het concept te kunnen opschalen tot 150 gezinnen.”

Je hebt zelf al enkele keren het woord ‘klassiek’ in de mond genomen. Hoe verhoudt dit concept en de daaruit voortvloeiende acties zich ten opzichte van het klassieke aanbod? “Een terechte opmerking. We moeten vermijden dat mensen het bos niet meer zien door de bomen. Daar ligt een belangrijke uitdaging. We nemen ons voor om het concept zoveel mogelijk in te bedden in het bestaande aanbod.”

Genk werkt aan online en offline platformen. Een verstandige keuze gezien het profiel van de doelgroep. Hoe vullen jullie die platformen in de praktijk in? “Het digitaal platform beschouwen we als een soort van wervingspool. Daar kunnen mensen die eenmalig of frequent willen meehelpen zich aanmelden als supporters. Dat platform kan meerdere deelplatformen omvatten zoals een Facebookgroep of een prikbordapp. Het offline platform zal eerder de community zijn die we vormen tussen coaches, gezinnen en supporters. We doelen dus ook op het ruimer uitbouwen van het sociale netwerk van de kansarme gezinnen. Op dat vlak verwachten we veel hulp van de coaches. Zij kunnen hen tonen hoe je een netwerk opbouwt en onderhoudt. Alles draait rond het verhogen van de zelfredzaamheid.”

Als andere steden jullie voorbeeld willen volgen, heb ik al begrepen dat ze het belang van de toeleiders niet mogen onderschatten? Zie je nog aandachtspunten? “Het vinden van goede coaches en captains of society is even belangrijk. Meteen stelt zich de vraag: geven we voorrang aan coaches van een andere origine of gaan we voor matchmaking (bv. een Turkse coach voor de begeleiding van een Turks gezin)? Genk kiest voor dat laatste. Zoals ik al eerder stelde mogen coaches zich niet opstellen als hulpverleners ook al neigen ze daar soms naartoe. Dat onderscheid moeten we vanuit de stuurgroep goed bewaken en zo kom je bij een nieuw aandachtspunt: de vorming van de coaches (bv. opleiding communicatie, sessie omgaan met betrokkenheid, …). De omkadering van al die vrijwilligers vergt maatwerk. Je selecteert ze wel op basis van een bepaald profiel dat je in gedachten hebt, maar dan nog verschillen ze allemaal van elkaar. Het blijft daarom belangrijk om kort op de bal te spelen en snel bij te sturen waar nodig.”

Welk budget voorzien jullie voor de realisatie van dit concept? “We ontvingen als laureaat van de Slim-in-de-Stadprijs 50.000 euro van het Agentschap Binnenlands Bestuur. De stad en het OCMW voegden daar nog 100.000 euro aan toe. Met een totaal van ongeveer 150.000 euro kunnen we in principe een coördinator aanwerven die het actiegerichte concept kan begeleiden.”

Zijn er knelpunten of kritische factoren? “Een moeilijk item is het al dan niet gebruiken van online media. Kansarmen hebben daar vaak geen of amper toegang toe. Hoe ver we het digitaal aanbod zullen uitbouwen, daar zijn we nog niet aan uit. Een kritische factor is wel de toonzetting bij de voorstelling van het project. Je mag niet stigmatiseren, maar tegelijk is het belangrijk dat de Genkenaren voldoende van het project afweten om de slaagkans ervan te vergroten.”

Jullie geloven sterk in de slaagkansen van dit concept en zijn concrete deelprojecten. “Absoluut. Ik voel me gesteund door de goede samenwerking tussen stad en OCMW. Bovendien beschikken onze diensten en partnerorganisaties over de nodige kennis en ervaring met dit soort programma’s. Je inzetten voor een duurzaam concept met overduidelijk sociale klemtonen biedt een ongelofelijke kans om je als stad positief te profileren. Iedereen zal de meerwaarde hiervan inzien.”

Met deze optimistische noot nemen we afscheid. Bedankt voor het openhartige gesprek en veel succes met de verdere realisatie van dit duurzame concept.

Meer informatie:

Copyright foto’s: stad Genk.