Een nieuw masterplan voor het station van Dendermonde

  • 27 november 2018

Mobiliteit is voor vrijwel alle steden een belangrijk maar tegelijk heikel thema. De reflectie over mobiliteit gaat vaak hand in hand met zware discussies over een evenwichtige mix van vervoersmodi, aandacht en plaats voor de zachte weggebruikers, promoten van een performant openbaar vervoer en last but not least een beredeneerde indijking van het overvloedig autogebruik. Wat er tijdens deze geanimeerde reflectiemomenten wel eens dreigt over het hoofd te worden gezien is de leefbaarheid van de straat/wijk/stad, meer bepaald het belang van de openbare ruimte waar voldoende plaats is voor groen, blauw, ontmoeting, commerciële dynamiek, …

Als er één plaats in de stad is waar al deze uitdagingen samenkomen, dan is het in de stationsomgeving. Voor velen is het station de toegang tot de stad waar verschillende vervoersvormen en gebruikers van de stad samenkomen. De afgelopen jaren werden een aantal stationsomgevingen, al dan niet met middelen van stadsvernieuwing en met gemengd succes, omgeturnd tot aangename, gezellige verblijfplaatsen met een gezonde en evenwichtige menging van functies: woningen, kantoren, handel, parken, parkings en een vervoersdoorstroming die de leefbaarheid van de omgeving niet in het gedrang brengt. Voor alle duidelijkheid, zo’n oefening is alles behalve een sinecure. Het herdenken en het herontwikkelen van stationsomgevingen zijn complex: het herdenken van de mobiliteitsknoop, het vernieuwen van de stationsinfrastructuur, de herinrichting van de publieke ruimte, het inpassen van grote pendelparkings, het uitwerken van vervoersalternatieven, het inpassen van duurzaamheidsaspecten, het opzetten van vastgoedontwikkeling en de inbreng van nieuwe stedelijke functies en stadsgroen. Dit is ook zo in  Dendermonde.

Het station van Dendermonde is een belangrijk mobiliteitsknooppunt binnen het Gewestelijk ExpresNet (GEN). Zoals in elke stationsomgeving geldt ook hier de dominantie van verschillende vervoersstromen, trein, bus en auto, in interactie met fietsers en voetgangers. Deze verkeerswildgroei maakt dat de Dendermondse stationsomgeving vandaag een amalgaam is van versnipperde ruimtes (groene restruimtes, pendelparkings, busstation, stationsgebouw, stationsplein, …). Het vormt een breuklijn met voor- en achterkant van het station, eerder dan een verbindend element binnen het stadsweefsel.

Het stadsbestuur had met betrekking tot zijn stationsomgeving al een ontwikkelingsoefening achter de rug. In 2012 werd een masterplan ontwikkeld door EIS (Euro Immostar) in samenwerking met de stad, de NMBS, Infrabel en De Lijn. Daarin werden de oorspronkelijke ambities van de projectpartners verwerkt. Dit masterplan is echter niet af en vereist een meer geïntegreerde uitwerking. Het is met deze vraag naar verfijning dat het stadsbestuur in 2016 de aanvraag naar een conceptsubsidie indiende en toegekend kreeg van de Vlaamse Regering.

Met de conceptsubsidie wil Dendermonde het initiële masterplan van de stationsomgeving niet actualiseren en verruimen. Zo draagt de herontwikkeling van dit mobiliteitsknooppunt bij tot een meer performante stedelijke morfologie, die beter aansluit bij het stedelijk weefsel. Belangrijk bij deze oefening is de bereidwilligheid van zowel de NMBS, als De Lijn om actief en constructief mee te werken aan de conceptstudie. Hun aanwezigheid maakt het mogelijk om bij elke fase van de studie en bij elk voorstel de haalbaarheid –zowel inhoudelijk als financieel- af te toetsen.

In mei 2017 wordt de opdracht voor conceptstudie toegekend aan het team Maat-ontwerpers en Delva Landscape Architects. Met de stad, de NMBS, De Lijn en vertegenwoordigers van het Vlaamse Stedenbeleid (team stedenbeleid en het regieteam) in de stuurgroep gaat het multidisciplinaire ontwerpteam aan de slag.

Gelet op de complexiteit van een stationsomgeving opteert de ontwerpteam voor een open en participatieve aanpak om tot een breed gedragen project te komen. Daarvoor kiezen zij voor een vernieuwende werkwijze waarbij de stad, haar inwoners, de belangrijkste stakeholders (NMBS, De Lijn, MOW, de lokale handel, …) en de gebruikers (treinreizigers, passanten, …) van dit stadsdeel nauw betrokken worden. De co-creatieve workshopweek is zowel de vernieuwende als de cruciale schakel in het hele traject van conceptstudie. Gedurende een volledige week wordt de interactie met de bewoners, stakeholders en de stad sterk opgedreven. Deze geconcentreerde dynamiek zorgt voor een inhoudelijke stroomversnelling door een continu proces van actie en reactie. Alle deelnemers krijgen vrijwel onmiddellijk feedback van elkaar. Tegelijk vraagt het snelle opeenvolgen van interne en externe overlegmomenten voortdurend om duidelijke standpunten van alle betrokken actoren. Een leerrijke maar bijzonder werk- en tijdsintensieve week voor het ontwerpteam.

Voorafgaand aan de workshopweek werd een grondige analyse –inclusief actorenbevragingen-  gemaakt waarbij drie inhoudelijke thema’s naar boven kwamen drijven: mobiliteit, landschap en voorzieningen. Dit ‘vooronderzoek’ resulteerde in drie concrete uitdagingen en bijhorende ambities: (1) Sterke vesten: een unieke groene stationsomgeving herstelt de historische vesten als samenhangende landschappelijke structuur; (2) Sterke stadskern: een kwalitatieve stationsomgeving fungeert als hefboom voor kernversterking en gerichte verdichting; (3) Sterk knooppunt: een heldere structuur voor de mobiliteitsknoop met minder infrastructuur versterkt de functionaliteit en activeert als zodanig de openbare ruimte. Deze uitdagingen en ambities worden verder verfijnd tijdens de workshopweek.

Het uiteindelijke resultaat van de studie is een globaal plan met een zestal deelprojecten, die elk op een flexibele manier en op verschillende snelheid kunnen worden uitgewerkt en gerealiseerd. Door deze opsplitsing in deelprojecten wordt vermeden dat alles staat of valt met de uitvoering van één deelproject. Dit neemt echter niet weg dat bepaalde onderdelen onvermijdelijk gekoppeld zijn aan elkaar. Een bijbehorend actieplan brengt de belangrijkste verbanden tussen de verschillende deelprojecten in beeld.

Het globaal plan biedt een kader met zes sterke principes: (1) Inzet op de fiets met o.a. een belangrijke rol van de fietssnelweg langsheen het stationsgebouw echter zonder de wagen, de bus en voetgangers uit het oog te verliezen; (2) Creatie van een compact overstapknooppunt waar voetgangers, fietsers, bus- en treinreizigers en auto’s aan de Kiss & Ride-zone samen komen aan het stationsgebouw; (3) Het stationsproject als aanjager voor een nieuwe stadsas; (4) Een station in het groen met een nieuw stadspark dat de Vesten versterkt; (5) Het centraliseren van het parkeren met een parkeergebouw; (6) De uitdrukkelijke keuze voor meer dynamiek aan het station.

De NMBS voorziet -als belangrijkste stakeholder en partner in het stationsproject- vandaag al een budget voor de ophoging van de perrons en de bouw van een passerelle over de sporen. Deze overbrugging van het station vervangt de huidige tunnel en bedient elk perron met trappen en liften. Aan de Sint-Gilliszijde eindigt de passerelle met een fietsenstalling voor het station en een ontmoetingsruimte voor de wijk. Aan de stadszijde landt de passerelle in een gebouw met daarin een fietsenstalling waarboven ruimte is voor ontwikkeling (vooral vrijetijd, recreatie en kantoor). Dit ‘schakelgebouw’ organiseert de toegang tot de passerelle en vormt tegelijk een compact knooppunt tussen het nieuwe busstation, de fietssnelweg, de Kiss & Ride op het groene stationsplein, de ‘stads-as’ en de perronruimte.

Stadsvernieuwing stationsomgeving Derdermonde