De Tivoliwijk : een duurzame wijk in de Brusselse kanaalzone

  • 12 december 2018

De Brusselse kanaalzone is hot vandaag en ondergaat sinds enkele jaren een ware metamorfose. Het Kanaalplan, zoals uitgewerkt door o.a. Alexandre Chemetoff, geeft de regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een aantal handvatten om een reeks doelstellingen te bereiken aan weerszijden van het kanaal Charleroi-Brussel:

  • Economische activiteit in de stad (be)houden en zo goed mogelijk integreren in het bredere stadsweefsel.
  • Bijkomende huisvesting creëren dat tegemoet komt aan de stijgende vraag naar woningen.
  • Gebruiksvriendelijke openbare ruimten ontwikkelen die bijdragen tot de sociale cohesie in de stad.
  • Bijdragen tot een open stad aan de hand van een mix van functies en bevolkingsgroepen.

Één van de kersen op de taart van deze kanaalontwikkeling is de nieuwe woonwijk Tivoli-Green City langsheen de Lakense kanaalzijde. De nieuwe woonwijk verrijst op een voormalig Belgacomterrein, gelegen tussen Bockstael, een dichtbevolkte, multiculturele buurt en de industriezone van de haven. Op deze stedelijke braakliggende site van 4,5 hectare werd de afgelopen jaren een gemengde wijk ontwikkeld waar wonen en werken functioneel en sociaal in dialoog gaan. Vanaf februari 2019 zullen de bewoners toestromen in de 397 woningen verspreid over vijf woonblokken, waarvan 126 sociale woningen.

Deze nieuwe woonwijk is niet zomaar een zoveelste stadsontwikkeling, integendeel het gaat over een totaalproject met een grote voorbeeldfunctie. De wijk Tivoli-Greencity staat voor duurzaamheid en sociale mix. Elk van de vijf loten omvat ongeveer 70% middenklassenwoningen en 30% sociale huurwoningen. Hiermee streeft de ontwikkelaar Citydev bewust na om geen apart deel in de wijk te reserveren voor sociale woningen. Het is de bedoeling dat alle bewoners echt samenleven. Daarom werden de vijf woonblokken gebouwd rond een binnenterrein dat aangelegd is als een gemeenschappelijke tuin.

De middenklassenwoningen blijven betaalbaar dankzij de overheidssteun. Met de overheidssubsidies betalen de kopers ‘slechts’ 1500 euro per vierkante meter, wat staat voor 70% van de marktprijs. Daar staat tegenover dat ze in principe twintig jaar lang bewoner moeten blijven en pas na die tijd hun woning helemaal vrij kunnen verkopen of verhuren. De sociale huisvestingsmaatschappij, de Lakense Haard, verhuurt de sociale woningen. Daarnaast beoogt Citydev qua financiering ook te experimenteren met nieuwe woon – en eigendomsvormen.  Zij gaat in zee met een groepje particulieren voor een cohousingproject. Zo bekomen negen families, verenigd in een stichting, op het Tivoliterrein een lap grond in erfpacht voor 99 jaar waarop ze een appartementsgebouw bouwen. De negen families krijgen elk een woning met terras en delen de tuin en het dakterras. Door deze erfpachtconstructie wordt de stichting van de bewoners eigenaar van het gebouw, maar niet van de grond. Op die manier is het voor stadsbewoners goedkoper om een woning te verwerven.

Om de sociale mix en het samenleven een extra duw in de rug te geven omvat elk gebouw, naast een gemeenschappelijke binnentuin, ook een gratis, collectieve wasplaats en een dakmoestuin, waar bewoners groenten kunnen telen in grote bakken. Het samenleven gaat breder dan de nieuwe woonwijk alleen. De ontwikkelaar zorgt voor de renovatie van de publieke ruimte in de omliggende buurt. Bewoners van dit stadsdeel kunnen ook een zaal gebruiken die zich bevindt op de benedenverdieping van het appartementsgebouw van het cohousingproject.

Op het vlak van duurzaamheid legt de nieuwe wijk de lat bijzonder hoog. Wat betreft energieprestaties zijn ruim 30% van de appartementen nulenergiewoningen. De overige zijn passiefwoningen. De woningen hebben geen eigen cv-ketel, maar zijn aangesloten op een collectieve stookinstallatie op gas. Deze installatie levert het warme water dat nodig is voor de verwarming en het sanitair warm water van alle woningen in de nieuwe wijk. De fotovoltaïsche panelen op de daken van de gebouwen vullen de energieproductie aan. De geproduceerde stroom wordt gebruikt voor de gemene delen van de gebouwen.

De “groene structuur” en de biodiversiteit zijn fundamentele elementen van de wijk. De vijf binnentuinen worden opgevat als laboratoria van biodiversiteit, beheerd door de bewoners. Op diverse publieke en private plaatsen komen meer dan twintig bijzondere biotopen, zowel op de grond als aan de gevels en op het dak van de gebouwen. Zowel de bewoners, als de handelaars van de nieuwe wijk worden aangespoord om te sorteren en te composteren om de hoeveelheid afval te verminderen. In nauwe samenwerking met Net Brussel komen er in de openbare ruimte ondergrondse containers voor het sorteren en de inzameling van huishoudelijk afval.

Op het vlak van waterbeheer wil het project het verbruik van stadswater zoveel mogelijk terugdringen door enerzijds regenwater op allerlei manieren op te vangen en te hergebruiken voor huishoudelijke doeleinden (toiletten, gedeelde wasmachines) en anderzijds grijswater te recycleren. Er worden ook apparaten gebruikt die het verbruik drukken (kranen, douchekop, spoelknop wc’s). De landschapsinrichting en de materiaalkeuze bevorderen de vertraging, de absorptie, de verdamping en de infiltratie van het water, waardoor er minder water verdwijnt via de riolen: groene en water stockerende daken, groene gevels, stormbekkens, bio-zuivering en infiltratievoorzieningen, planten die water vasthouden, regenwatertanks, waterdoorlatende materialen, …

Een autovrije wijk wordt Tivoli niet, maar de straten zijn zo aangelegd dat er geen doorgaand verkeer mogelijk is. Met een coëfficiënt van 0,8 parkeerplaatsen per woning is het aantal plaatsen in de ondergrondse parkeergarages beperkt. Hiermee wil Citydev vermijden dat de wijk overspoeld wordt door auto’s en vooral de zachte mobiliteit aanmoedigen, met een uitgesproken voorrang voor voetgangers en fietsers in de binnenstraten van het project. Dat doet zij alvast door zevenhonderd fietsstalplaatsen en een fietsreparatielokaal te voorzien. Het openbaar vervoer is nog niet optimaal maar de MIVB is van plan het openbaarvervoeraanbod (tram en bus) in de nieuwe wijk te verbeteren.

Duurzaam wonen is een voortdurend leertraject voor de bewoners. Deze nieuwe wijk heeft ook hiervoor voldoende aandacht. De ontwikkelaar voorziet een didactische ruimte, info- en initiatiecentrum dat zich richt op de bewustmaking en de participatie van de bewoners en omwonenden wat betreft het duurzame karakter van de wijk. Het centrum coördineert bovendien al de projecten binnen de wijk op het vlak van duurzaamheid. Een experimentele serre bovenop het hoogste gebouw wordt een didactisch centrum voor biodiversiteit voor de bewoners en de studenten van de omliggende wijk.

Tenslotte telt de Tivoliwijk naast het woongedeelte Green City ook nog het bedrijfsgedeelte Green Bizz. Dat werd reeds in 2016 afgewerkt en is bestemd voor ondernemingen die groene en duurzame projecten willen ontwikkelen in de wijk. Vandaag is dit groene bedrijvencentrum vrijwel volledig bezet. Naast kleine productieateliers, zoals een micro-brouwerij, een krekelkwekerij en een koffiebranderij, hebben er zich in het incubatiegedeelte van de bedrijfsruimte een aantal start-ups gevestigd die zich richten op de circulaire economie.

Met deze economische pijler wil Citydev aantonen dat wonen en werken elkaar niet in de weg hoeven te staan, maar dat ze elkaar integendeel kunnen aanvullen. Het is perfect  mogelijk dat een bewoner van de site werkt bij Greenbizz en zijn/haar kinderen brengt naar de crèche op de site of naar een van de talrijke scholen in de buurt.

http://www.tivoligreencity.be/nl/project/