Conceptsubsidies 2019

  • 23 januari 2020

Er werden elf dossiers ingediend voor de oproep conceptsubsidie 2019. Aan zes concepten werd elk een subsidie  van 60.000 euro toegekend:

  • Brugge, Kaaidistrict;
  • Hasselt, nieuw leven voor en door leegstaande (overheids)gebouwen;
  • Roeselare, Krottegem;
  • Sint-Niklaas, Stadslob SVK;
  • Sint-Truiden, Stationsomgeving;
  • Turnhout, Buurt Otterstraat.

Brugge, Kaaidistrict

Het kaaidistrict ligt langs het kanaal Gent-Oostende. Het maakt deel uit van de noordelijke bufferzone rond de door Unesco als Werelderfgoed aangeduide Brugse binnenstad. Deze strategische randzone bevat heel wat bedrijvigheid, productie en handel. De knooppuntwaarde, de relatie tot het water en de haven en de aanwezigheid van grote reconversiegebieden zijn troeven binnen dit gebied.

In het verleden werd dit echter miskend. Dit leidde tot monofunctionele percelen, inefficiënt ruimtegebruik, weinig aantrekkelijke blokkendoosarchitectuur, povere omgevingsaanleg en vooral grote parkeervlaktes. Deze grootschalige korrel sluit ruimtelijk en functioneel niet aan op het stedelijke weefsel binnen en buiten de ring. De ambitie is om dit overgangsgebied te heroriënteren tot een gebied met een gelaagd, divers en multifunctioneel ruimtegebruik met behoud van de economische functie en functieverwevenheid.

Het project van de ontwikkelaar Caaap moet een omslag realiseren. Verwacht wordt dat zo allerlei uitdagingen naar boven komen die de nood benadrukken aan een masterplan, gekoppeld aan het definiëren van ruimtelijke kwaliteiten. Met behulp van strategische hefboomplekken wenst de stad Brugge een ontwerpend onderzoek voor de verweving van publieke baten. De ligging nabij een Unesco Werelderfgoedzone vereist de opmaak van een hoogtemodel.

Hasselt, Stadsvernieuwing in het centrum van Hasselt: nieuw leven voor en door leegstaande (overheids)gebouwen

Het stadscentrum van Hasselt staat onder druk door stadsvlucht, veroudering van het patrimonium en achteruitgang van handel en horeca. Naast innovatieve woonfuncties moet functiediversificatie in de binnenstad de stadsvlucht tegengaan en jonge gezinnen aantrekken.

De stad Hasselt grijpt de herbestemming van twee voormalige administratieve centra, het AC Dr. Willems en het AC Groenplein, aan om de vernieuwing van dit stadsdeel ruimer aan te pakken. De twee AC’s liggen midden in de stadskern. Het zijn twee omvangrijke en beeldbepalende gebouwen. Op het gewestplan zijn beide gebouwen ingepland als ‘Woongebied met culturele historische en/of esthetische waarde’. De transformatie van deze kantoorgebouwen in innovatieve woonfuncties maakt van de stad Hasselt een voorloper op dit domein.

Groene ruimte staat ook centraal. Een nieuwe parkzone staat in het programma. Het stadsdeel moet een verbinding kunnen vormen tussen binnenstad en de blauwe boulevard. De conceptsubsidie moet bijkomende expertise bieden voor de realisatie van die verbinding. Het Hasseltse stadscentrum heeft nood aan ontmoetings- en rustpunten én groenelementen die de beleving in de stad vergroten.

Roeselare, Krottegem

Een spoorwegberm scheidt de stadswijk Krottegem van het stadscentrum van Roeselare. Krottegem was een buurt met een sterke industriële activiteit en een bloeiend verenigingsleven. De industrie trok er echter weg en een neerwaartse spiraal trad op met verloedering en verpaupering tot gevolg. De stad Roeselare wil hier een omslag realiseren via een co-creatief en bottom-up project. Het stedelijk bestuur wil hierin zelf maximaal participeren.

De stad wil inzetten op innovatieve stadsvernieuwing met als doel de aantrekkelijkheid, de duurzaamheid en de leefbaarheid van de buurt te verhogen. Een ontwikkelingsplan moet de nodige handvatten bieden om Krottegem in al zijn dimensies opnieuw een ziel te geven en daarbij alle stakeholders te betrekken.

Buurtmaatschappij Krottegem werd opgericht. Het bundelt de krachten van verschillende lokale verenigingen en stadsmakers met een sterke vertegenwoordiging van kwetsbare inwoners. Het traject start met het formuleren van een door de inwoners gedragen identiteit van Krottegem.

Bij de ruimtelijke ontwikkeling van het gebied zijn zowel de sociale en ecologische dimensies als de louter technische invulling even belangrijk.

Bij de visieontwikkeling en het plan van aanpak wordt aandacht besteed aan:

  • een geïntegreerde samenhang in diversiteit;
  • het creëren van ruimte voor creatief ondernemerschap;
  • het omarmen van een rijke historiek;
  • een ontwikkeling die zich baseert op het motto “wie kiest, wordt gekozen”.

De inwoners zijn aan zet om de identiteit, de visie en de ontwikkeling te bepalen.

Sint-Niklaas, Stadslob SVK

Het stadsdeel SVK (bouwmaterialen Scheerders Van Kerckhove) bevindt zich in het hart van het stadscentrum van Sint-Niklaas langsheen de spoorweg Gent-Antwerpen, op wandelafstand van de Grote Markt. Vandaag wordt de site grotendeels ingevuld door een industriële activiteit.

In 2014 werd het Lobbenstadmodel voor de stad Sint-Niklaas ontwikkeld. In de lobbenstad wordt de stadskern uitgebreid volgens een radiale structuur van stedelijke lobben met daartussen een netwerk van blauwgroene vingers tot in het hart van de stad.

Het stadsdeel SVK maakt deel uit van een stedelijk lob met blauwgroene vingers.

De stad wenst de conceptsubsidie in te zetten voor de uitwerking van deze stadslob met volgende problematieken/uitdagingen:

stedelijk wonen: kansen voor verdichting (ruimtelijk rendement) met alternatieve woonvormen en multifunctioneel (gedeeld) ruimtegebruik;

de productieve stad: kansen op verweving, tijdelijk gebruik, hergebruik en intensivering met maatwerk voor leef- en werkkwaliteit, stedelijke werkgelegenheid, voedselbos, stadsbosbouw (biomassa),…;

collectieve duurzaamheid: een groenblauwe veerkrachtige dooradering (Molenbeek) van de (grotendeels) verharde site (ontharden). Dit schept kansen om een hele reeks uitdagingen op het vlak van klimaat, recreatie, landschap en ecologie doeltreffend aan te pakken;

stedelijke reconversie: robuustheid en aanpasbaarheid van de ruimte en de bestaande gebouwen (industrieel erfgoed). Hoe kan een nieuwe ontwikkeling zich inpassen in het stedelijke en industriële weefsel;

superdiversiteit: Kroonmolenwijk/Westerbuurt is de armste en meest diverse (52% buitenlandse herkomst, 27.5% niet-Belgen) wijk van de stad, met de meeste verhuisbewegingen. Om sociale cohesie te verhogen moeten sociale stijgers verankerd worden in de wijk door te voorzien in een kwalitatief en betaalbaar (sociaal) woonaanbod en publieke ruimte;

makelaars van stedelijkheid: een zoektocht naar samenwerkingsverbanden met diverse publieke en private partners inzake o.a. warmtenet, autodeelbedrijven, gedeelde ruimtes, staddistributie,….;

samenwerking: een gedragen (publiek-private) visie op een (gefaseerde) ontwikkeling van een stadsdeel van 60 ha.

Inzet van de conceptsubsidie is de creatie van een stedelijke woon- en werklocatie met nieuwe duurzaamheidsarrangementen in een stadsdeel van circa 60 ha. Het project moet een concrete ontwerpopgave omvatten van:

  • hoe de staslob in het westen van de stad er moet uitzien;
  • wat de dimensie is van de groene lob;
  • hoe de woonlob in combinatie met het bestaande (industriële) patrimonium moet vorm krijgen.

Sint-Truiden, Stationsomgeving

De stationsomgeving ligt in het westen van het historische stadscentrum. De vernieuwde Stationsstraat maakt de verbinding met het centrum. Het vormt een onderdeel van de in het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan voorziene groene schakel. De voorzijde van het stationskwartier heeft naast aan mobiliteit gerichte ook verblijfsgerichte functies. Aan de achterzijde ligt naast de parking van de NMBS een gebied van zeven hectare, half brownfield, half grasland. In uitwerking van het RUP ‘Nieuw stationskwartier’ zijn er plannen voor drie woonprojecten met in totaal 800 wooneenheden en een STEM-school voor 1200 leerlingen.

Via de conceptsubsidie wil de stad de ontwikkelingen en ambities van de stad aan de voorzijde en de private initiatieven aan de achterzijde integreren tot één groot stadsvernieuwingsproject.

Gezien het gebied bestemd is om de aangroei van de stad op te vangen is een verbinding tussen beide stadsdelen essentieel. Het project moet echter ook initiator zijn voor de aanpak van volgende uitdagingen:

  • de ontwikkeling van een nieuw stadsdeel aan de achterkant van het station;
  • het ontwikkelen van de stationsomgeving als A-locatie met knooppuntwaard;
  • het opwaarderen van de publieke ruimte;
  • het aanpakken van de mobiliteits- en ontsluitingsproblematiek;
  • de uitwerking van een parkeerbeleid:
  • het verknopen van fietsverbindingen inclusief het Fruitspoor;
  • nieuwe en vlot toegankelijke perrons;
  • het ontharden en creëren van een verblijfsplek op een stationsplein aan voor- en achterzijde.

De studie moet tevens omwonenden en private actoren betrekken.

Turnhout, Buurt Otterstraat

Van oudsher is de Otterstraat een winkelstraat die uitloopt op de Grote Markt. De Otterstraat doorkruist enkele woonbuurten. De Otterstraat was een uitgaansstraat met een bioscoop, clubs en discotheken en allerlei ateliers met en zonder winkelruimte. De straat lag voor de ontwikkeling van het nabijgelegen Turnova echter aan “de verkeerde kant” van de Grote Markt. Er was geen aansluiting met het funshoppen rond de Gasthuisstraat. De heraanleg in de jaren ’90 bleek niet sterk genoeg om het winkelkarakter te versterken. Het wonen nam er terug terrein in. Een deel van de grotere gebouwen is ingenomen door culturele en maatschappelijke functies (theaterwerkplaats HET GEVOLG, Centrum voor Basiseducatie, een moskee, Sociaal Verhuurkantoor, sociaal restaurant “’t Hert,…). Er is een groot aandeel van kleine eigenaars aanwezig. Het huurpatrimonium is verouderd. De eigenaars staan maatschappelijk te zwak om zelf de renovaties op gang te trekken. Het aanbod aan verouderde, niet-gerenoveerde woningen trekt mensen met een laag inkomen (leefloners, vluchtelingen…) aan. Dat heeft voor een verkleuring van de wijk en groei van kansarmoede gezorgd. Lage woningkwaliteit en overbewoning is gelinkt met het illegale karakter van sommige woonvormen.

De afwerking van het Turnova-project ten noorden van de straat kan een ontwikkelingsimpuls geven voor het wonen en het winkelkarakter. Als de buurt terug aansluit bij het stadscentrum, dreigt ze echter onder de ‘feitelijke stadsvernieuwing’ ingepalmd te worden door speculatieve krachten. Zonder impulsen om de huidige bewoners, gebruikers en ondernemers te versterken, dreigt gentrificatie en verdringing. In het gedeelte dat paalt aan Turnova ziet men al de activering van handelspanden en werkruimten starten, wat positief is. De klassieke immobiliënaanpak dreigt echter de minder sterke bewoners, ondernemers en organisaties weg te duwen uit hun omgeving.

Het stadsbestuur wil een leefbare en ondernemende stadsbuurt onderbouwen, met meer kansen voor kleine eigenaars en huurders, stedelijke ondernemers en organisaties. Daarbij wordt een inzet op private en publieke infrastructuur gecombineerd met een versterkende samenwerking met lokale eigenaars, groepen en organisaties. Kansarmoede aanpakken is zowat de belangrijkste topic in het nieuwe bestuursakkoord. In de opbouw van een project voor de buurt Otterstraat wil de stad dit project koppelen aan de aanpalende uitdagingen van energieduurzaamheid, woonkwaliteit, economische vernieuwing van een hoofdstraat, maatschappelijke dienstverlening, vereenzaming, versterken van sociale cohesie, integratie van nieuwkomers en persoonlijk welbevinden.

Met de conceptsubsidie wordt op basis van een inventaris van behoeften en van wat reeds aanwezig is, een strategie en actieplan uitgewerkt om de brede vernieuwing van deze buurt op gang te trekken.