Brugge(n) voor Jongeren

  • 4 juli 2016

In Brugge vindt een afspraak over kwetsbare jongeren niet plaats in een jeugdhuis of in het stadhuis. Nee, je komt terecht in het Centrum Algemeen Welzijnswerk (CAW). Een weldoordachte keuze, zo blijkt. Projectcoördinator ‘Brugge(n) voor Jongeren’ Soetkin Neirynck is onze gastvrouw. Ze laat haar bijstaan door Tineke Van de Walle, stafmedewerkster van de Brugse Dienst Stedenbeleid. Een boeiend verhaal over de pistachenootjes van onze samenleving.

De naam van het project ‘Brugge(n) voor Jongeren’ lijkt me heel goed gekozen. Je kan het op verschillende manieren interpreteren. Soetkin: “Het verwijst naar het slaan van bruggen naar jongeren die telkens weer uit de boot dreigen te vallen, maar je kan het even goed toepassen op de partners van Brugge(n) voor jongeren die actief zijn in verschillende sectoren. Samen met hen kijken we continu over de muurtjes van de sectoren heen. En ja, het toeval wil dat de naam ook kan verwijzen naar de vele bruggen die Brugge telt. Mooi meegenomen.”

Projectcoördinator Soetkin NeirynckHandig als de stad dan ook nog eens Brugge heet. Waar vindt dit project zijn oorsprong? Soetkin: “Het leidt ons terug tot 2011. Toen stelden de stad Brugge, het OCMW Brugge en het CAW vast dat ze weinig vat kreeg op een groep jongeren, die nochtans extra zorg verdienden. We namen VZW Uit de Marge als expert onder de arm. Filip Coussée (Uit de Marge én Universiteit Gent) verzamelde via tal van interviews met sleutelfiguren een pak informatie over kwetsbare jongeren in Brugge. Het onderzoek mondde uit in een rapport met vijf beleidsaanbevelingen. De belangrijkste was de nood aan een sterke aansturing voor maatschappelijk kwetsbare jongeren. Het rapport stelden we aan het toenmalige stadsbestuur voor als een soort verkiezingsmemorandum voorgesteld.”

Maar dat was 2012: het einde van de vorige legislatuur. Hoe kijkt het nieuwe stadsbestuur aan tegen die aanbevelingen? Tineke: “De bestuursploeg die in 2013 onder leiding van een nieuwe burgemeester van wal stak, heeft de aanbevelingen van Brugge(n) voor jongeren in hun bestuursakkoord opgenomen.  Een aantal aanbevelingen zetten ze om in concrete voorstellen. Waar nodig maakten ze extra middelen vrij om het project op te starten. Het stadsbestuur voorzag bijvoorbeeld de nodige middelen om een coördinator aan te stellen die de ambities van Brugge(n) voor Jongeren in goede banen kan leiden. Zo konden we Soetkin aanwerven.”

Maar Soetkin werkt niet voor de stad. Soetkin: “Nee, het CAW krijgt middelen om mij te werk te stellen. De keuze om ‘Bruggen(n) voor Jongeren’ toe te wijzen aan de politiek meest neutrale partner, was een slimme maar vooral handige keuze. Het geeft me een onafhankelijker statuut, waardoor ik me, indien nodig, kritisch kan opstellen ten aanzien van het stedelijk jeugdwelzijnsbeleid.”

Logo Brugge(n) voor JongerenJullie logo bevat op het eerste zicht een tulp, zo dacht ik. Maar bij nader inzien blijkt het om een pistachenootje te gaan. Vanwaar die vreemde keuze? Tineke: “De oorsprong moet je in Engeland zoeken. De Londense educatiespecialist Graeme Tiffany gebruikte die vergelijking voor het eerst in zijn boek ‘Reconnecting Detached Youth Work: Guidelines and Standards for Excellence (2007). Filip Coussée, die het vooronderzoek voor het rapport ‘Brugge(n) voor Jongeren’ op zich had genomen heeft dit beeld gebruikt om de doelgroep treffend te typeren.”

Goed om weten, maar wat maakt die zoute pistachenoten net zo speciaal? Soetkin: “Denk aan een aperitief bij jou thuis. Je zet een mandje pistachenoten op tafel en je gasten tasten toe. Ze pikken eerst de losliggende nootjes uit je mand. Vervolgens grijpen ze naar de half open exemplaren. De nootjes die dicht zitten, laten ze wijselijk links liggen, want daar willen ze hun tanden niet op breken. Na het feestje gooi je die enkele resterende nootjes weg, want je weet zelf niet meer wat er mee aan te vangen. Die redenering kan je perfect toepassen op jongeren. De meest complexe gevallen – de gesloten pistachenootjes – wil niemand hebben, want je breekt er toch maar je tanden op stuk. Diensten schuiven die moeilijke jongeren door naar elkaar en uiteindelijk dreigen ze helemaal overboord te gaan. Op die jongeren richten we ons met Brugge(n) voor Jongeren.”

Een heel mooie vergelijking. Nu kan ik nooit meer pistachenoten eten zonder te denken aan kwetsbare jongeren. Over welke leeftijd spreken we? Soetkin: “Officieel van 15 tot 25 jaar, maar wij mikken vooral op de leeftijd 16 tot 22 jaar. Dat is de overgang tussen minderjarig en meerderjarig. Te jong voor OCMW, te oud voor bijzondere jeugdzorg. Vaak loopt het mis voor hen als ze 18 jaar oud worden en op eigen benen willen staan.”

Kaart kwetsbarejongeren 2014Dus dat is jullie kerndoelgroep? Soetkin: “Ja en neen. Wij zijn er in de eerste plaats voor de vele professionals die in Brugge actief zijn met en voor maatschappelijk kwetsbare jongeren. Wij brengen deze partnerorganisaties samen onder de vlag van ‘Brugge(n) voor Jongeren’. Die stadsdiensten of organisaties komen wel op de een of andere manier rechtstreeks in aanraking met die jongeren. Het afstemmen van hun activiteiten en het versterken van het netwerk zijn belangrijke doelstellingen van Brugge(n) voor Jongeren.”

Wie zijn jullie hoofdzakelijke partners? Tineke: “Diverse organisaties uit de sectoren Welzijn, Onderwijs, Jeugd, Sport, Werk, Wonen, … Eigenlijk iedereen die in Brugge werkt met maatschappelijk kwetsbare jongeren.” Soetkin: “Vrijetijdswerkingen, centra voor leerlingenbegeleiding (CLB) , centra voor geestelijke gezondheidszorg (CGG), bijzonder onderwijs, bijzondere jeugdzorg, jeugddienst, drugshulpverlening, VDAB, preventiedienst… Heel veel organisaties krijgen met die complexe doelgroep te maken. Daar schuilt ook een gevaar. Op de duur komt elke entiteit aankloppen voor bijstand of overleg, wat de kernwerking kan verlammen.”

Begrijpelijk. Hoe mag ik de doelen van ‘Brugge(n) voor Jongeren’ omschrijven? Soetkin: “Het zijn er vier. We versterken het netwerk, we verhogen het bereik van maatschappelijk kwetsbare jongeren, we willen sneller signalen opvangen en doorsturen en we streven een hogere participatie van maatschappelijk kwetsbare jongeren na.”

Een mond vol. Hoe pak je dat concreet aan? Soetkin: “We geven in de eerste plaats vorm aan ideeën, onder meer in de actiegroep die viermaal per jaar samenkomt. Daar werken we activiteiten en acties uit. Daarnaast organiseren we tweemaal per jaar netwerkmomenten, zodat elke veldspeler op de hoogte blijft van elkaars initiatieven. Op dit ogenblik experimenteren we met overlegtafels, waarin veldwerkers van alle domeinen specifieke cases bespreken, elk vanuit zijn invalshoek. Zo valt de puzzel makkelijker in elkaar en krijg je begeleiding op maat.”

Voetballende jongerenHoe denk je het bereik te kunnen verhogen? Soetkin: “We mikken onder meer op de vrijetijdsfeer en gaan naar de jongeren toe met buurtsport (OCMW), preventiewerk (stad) en jongerenwerking (’t Salon). Met klassieke activiteiten zoals een voetbaltornooi of een kamp, proberen we  aansluiting te vinden met de uiteindelijke doelgroep. De toeleiding van de vele netwerkpartners is hierin doorslaggevend. We willen het veldwerk sterker op elkaar afstemmen: we proberen de activiteiten van buurtsport (OCMW), de jongerenwerking van het CAW en de preventiewerkers van de stad Brugge sterker op elkaar af te stemmen. We zijn ook op zoek naar een polyvalente ruimte waar de betrokken jongeren terecht kunnen. In het najaar werken we samen met Piazza dell’Arte vzw uit Antwerpen. Zij begeleiden jongeren bij hun kunstzinnige ontbolstering. Wanneer het project in 2019 eindigt, zouden we de jongeren graag met een sociaal-artistiek slotevent in de kijker willen zetten.”

Welke tips kunnen jullie meegeven aan andere gemeenten die dezelfde problematiek kennen? Soetkin: “Vaak vormt de kostprijs van projecten het struikelblok, maar in se kan het met beperkte middelen. Ik denk concreet aan het overleg van de Oostkustgemeenten (van De Haan tot Knokke-Heist). Jongeren uit Zeebrugge komen vaak niet tot in Brugge centrum. Hun leefwereld ligt aan de kust, en ze richten zich eerder op het aanbod in de buurgemeenten. Dan moet je over de stadsgrenzen heen durven kijken. Als meerdere gemeenten samenwerken en een lokale visie ontwikkelen, dan loopt de factuur niet zo hoog op.” Tineke: “Een ander leerpunt is het streven naar efficiëntie. In een netwerk moet je meer doen dan praten met elkaar. Het is nodig om concrete actie te ondernemen. Sterke realisaties zijn mogelijk, dat bewijst Brugge(n) voor Jongeren, maar het vraagt dat de verschillende partners zich hiervoor echt inzetten.”

OverlegNog tips? Tineke: “Samenwerken uiteraard. De verschillende betrokken organisaties moeten hun muurtjes slopen en buiten hun mandaat durven treden. De excuustruus ‘dit is mijn taak niet’, laten we best vallen. De voornaamste vraag is: hoe kan ik deze jongere helpen en wie kan míj daarbij helpen. Een belangrijke partner van Brugge(n) voor Jongeren die we in deze context moeten vermelden is LOGiN. Dit project van het CAW Noord-West-Vlaanderen krijgt steun uit het Vlaams Stedenfonds en begeleidt de meest problematische jongeren waar niemand nog een oplossing voor ziet. Ze nemen hen bij de hand en breken hun pistachenootje open.” Soetkin: “Je mag dat bij de hand nemen vrij letterlijk nemen. Je moet de jongeren soms uit hun bed lichten en meenemen naar bv. VDAB om zich in te schrijven.” Tineke: “Het voordeel van LOGiN is dat ze het nootje niet alleen openen, maar het schaaltje ook terugbrengen bij de partnerdiensten. Ze doen dus niet alleen aan eerstelijnsbegeleiding, maar gaan ook met andere organisaties op zoek naar hoe ze een doorverwijzing naar LOGiN kunnen vermijden, hoe ze die problematische jongeren zelf verder kunnen begeleiden.”

Welke valkuilen moeten collega’s vermijden? Soetkin: “Niemand wacht op ons. Er moet een zekere ‘return on investment’ zijn. De boekhoudkundige relevantie van onze werking moet zichtbaar blijven, ook al weten we dat sommige sociale realisaties niet meetbaar zijn. Als we jongeren terug op het rechte pad kunnen brengen, kost dat de samenleving veel minder dan wanneer we hen opgeven. Die boodschap blijven we brengen. Bovendien moeten beleidsmakers geduld hebben. De realisatie van een omslag vergt tijd. Ten slotte hebben we aandacht voor parallelle initiatieven (bv. Warme Steden). Die projecten kunnen heel verwant zijn aan het onze, vandaar het belang van tijdig overleg en het maken van goede afspraken. Het is beter elkaar te versterken dan elkaar voor de voeten te lopen.”

Nog? Tineke: “Brugge(n) voor Jongeren steunt in belangrijke mate op het initiatief van Soetkin, de projectcoördinator van ‘Brugge(n) voor Jongeren’. Als het project in 2019 ten einde loopt, dan zal de vraag naar het verder functioneren van dit netwerk een antwoord moeten vinden.”
Soetkin, waar hoop je in 2019 te staan? Heb je een droom? “Ik hoop sommige basisvoorzieningen structureel te maken, zodat ons werk ook op langere termijn doorwerkt, ook met een volgend lokaal bestuur. En – ik weet dat ik in herhaling val – het blijft belangrijk dat organisaties of overheidsdiensten over de tussenschotten heen blijven kijken.”

Dames, bedankt voor jullie gepassioneerde uitleg. Voortaan laat ik geen enkel pistachenootje nog onaangeroerd liggen op recepties.


Meer info: